donderdag 31 januari 2013

God, de allerhoogste

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (31)

Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend, een groot Koning over de hele aarde.

Psalm 47:3

De Heere is de Allerhoogste; niemand is aan Hem gelijk.
Hij is El Elohim, de God der Goden; Jaweh, de IK ben die Ik ben, de Ene.
Hij is Almachtig, Alwetend, Alomtegenwoordig.
Hij is Koning over de gehele aarde.
Hij regeert.
Hij is Heerser.
De hemel en aarde zijn Zijn bezit.
Hij laat Zijn stem klinken.
Hij is goedertieren.
Tot Hem mogen we roepen.
Hij geeft raad.
Hij beschermt.
Hij is een schuilplaats, een toevluchtsoord voor wie bij Hem willen schuilen.
Zijn kracht overschaduwde Maria en zij baarde Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus; Zoon van de Allerhoogste, Redder van de wereld, Verlosser.

Er zijn niet genoeg woorden te vinden die Hem kunnen beschrijven, die Hem volledig recht doen.
Maar wij kunnen Hem wel loven en prijzen, en anderen vertellen van de grote en bijzondere dingen die Hij in ons leven heeft gedaan.
Getuigen van Zijn reddingsplan; getuigen van Zijn liefde, getuigen van de Here Jezus, Zijn eniggeboren Zoon.

Ja, Hij is de Allerhoogste; er is werkelijk niemand zoals Hij.

Ik zal de HEERE loven om Zijn gerechtigheid, en voor de Naam van de HEERE, de Allerhoogste, psalmen zingen.
Psalm 7:18

Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Psalm 91:1

En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen.
Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden.
Lucas 1:35

Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en zei met luide stem: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste?
Handelingen 8:28

woensdag 30 januari 2013

God's gift



Een genadig en barmhartig God

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (30)

Want ik wist het wel: U bent een milde God en vol medelijden, geduldig en vol liefde, altijd bereid de straf in te trekken.

Jona 4:2b

Hoewel Jona op dit moment niet zo blij is met deze God, de stad Ninevé des te meer.

Jona moest van God naar Ninevé om de stad te vertellen, dat God hun zonden niet langer kon aanzien en dat Hij hun stad zou vernietigen.
Jona deed dit echter niet, maar ging een totaal andere kant op en met een schip mee richting Tarsis.
Onderweg steekt er een geweldige storm op en uiteindelijk wordt Jona overboord gegooid, omdat hij aangaf dat het zijn schuld was.
Jona verdrinkt niet, maar wordt opgeslokt door een grote vis en hij blijft vervolgens drie dagen in de buik van de vis.
Jona bad tot God en de vis spuugde op bevel van de Heer, Jona uit.
Als nog ging Jona naar Ninevé en deed wat God hem had opgedragen.
(>> Bijbelboek Jona)

Toen de koning van Ninevé het echter hoorde, gaf hij de bevolking het bevel dat niemand, mens noch dier, iets meer mocht eten of drinken.
Iedereen moest rouwkleding dragen, tot God roepen en berouw tonen, in de hoop dat God van gedachten zou veranderen en op Zijn besluit zou terugkomen.

En dit is precies wat er gebeurt.
God zag hun berouw, zag dat zij zich bekeerden van hun zonden en Hij voltrok Zijn straf niet.

Onvoorstelbaar maar waar, Jona was hier helemaal niet blij mee, nee, hij werd zelfs heel erg boos.
En vanuit die boosheid zegt hij: ‘Ik wist het wel! Ik wist dat het wel dat U een genadig en barmhartig God bent. Een milde God, een God vol medelijden, geduldig en vol liefde, altijd bereid de straf in te trekken.
Jona had zo’n hekel aan de mensen van Ninevé, dat hij het hen niet gunde dat God hen genadig zou zijn.
Hij wist dus duidelijk wel precies wie God was en hoe Hij was.
Hij kende duidelijk het karakter van God.

God confronteert Jona met zijn egoïstisch gedrag en zijn gebrek aan medelijden.
Lees maar eens hoe God hem dit laat zien in Hoofdstuk 4:5-11

Het boek Jona lijkt soms in eerste instantie te draaien om Jona in de buik van de vis; wie kent dit immers niet?
Maar alles draait in wezen om de barmhartigheid van God, om Zijn grote genade.
Zijn liefde een de ruimte die er bij Hem is voor vergeving.

Als jij denkt, dat er voor jou geen vergeving meer mogelijk is; als jij denkt, dat jouw zonde(n) te groot of teveel zijn, dan wil ik je met dit woord niet alleen wijzen op het feit dat God een genadig en barmhartig God is, maar je er ook mee bemoedigen.
De zonden die de mensen uit Ninevé deden waren buitensporig groot.
Zo groot, dat God de stad wilde wegvagen.
Maar toen zij zich van hun zonden bekeerden en berouw toonden aan God, was Hij hen genadig en trok Zijn straf in.

De God van toen is Dezelfde als de God van nu; onveranderlijk en eeuwig!
Luister niet naar zachte stemmetjes die je vertellen dat er voor jou geen vergeving meer mogelijk is, dat is de boze, die je bij Hem vandaan wilt houden.
Hij wil immers niet dat er iemand tot inkeer komt.

Lees, herlees het verhaal van Jona en zie welk een barmhartig en genadig God Hij is.
Hoe liefdevol, geduldig, trouw en bereid tot vergeven.

Terwijl hij langs Mozes heen trok, riep hij: ‘Ik ben de Heer, een milde God, vol medelijden, vol liefde en geduld, een God op wie je vertrouwen kunt.
Exodus 34:6

U, Heere, bent immers goed, mild om te vergeven
en rijk aan goedertierenheid voor allen die U aanroepen.
Psalm 86:5

En scheur uw hart en niet uw kleren.
Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig,
geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad.
Joël 2:13

Niets kan je hoop doven

Zo af en toe kom ik een stukje van mijn oude Blog bij Punt.nl tegen dat me opnieuw raakt en waarvan ik het gevoel heb, dat het goed is om hier te plaatsen.
Dat het ook hier tot bemoediging mag zijn.






Terwijl het leven van de één over rozen lijkt te gaan, lijkt een ander gebukt te gaan onder de ene moeilijkheid na de andere.
Lijkt de één door het leven te fladderen, gaat de ander gebukt onder vele zorgen of strijd.
Lijkt de één alleen maar voorspoed te kennen, terwijl de ander bijna lijkt te bezwijken onder een zware last.
Maar niemand van ons weet wat er precies speelt in het leven van de ander.
Vaak is het minder rooskleurig dan je denkt.
Van buiten kan alles zo mooi en goed lijken, maar als je verder kijkt, of dieper, komen er soms dingen naar buiten die je beschaamd doen staan.

Toch zullen velen van ons het gevoel wel kennen van een te zware last of te grote zorgen.
Van vragen zonder antwoord of van antwoorden ontvangen om vervolgens even later met je handen in je haar te zitten omdat je er niets meer van begrijpt.

Maar door de Here Jezus zijn we in dit alles nooit als mensen zonder hoop.
In Hem, door Hem, hebben wij altijd hoop, is er altijd uitzicht, hoe moeilijk de weg ook is.
Leren uitzien naar het onzichtbare.
Leren uitzien naar het eeuwige.
Leren uitzien naar de Almachtige die boven alles staat, ook boven ons denken en voelen.

Hoop!
Uitredding!

Eens!
Altijd!

Soms word je door zorgen overmand.
Wordt je blik vertroebeld door tranen.
Zijn het je angsten die je het zicht ontnemen,
waardoor je bijna ten prooi valt aan allerlei wanen.

Je hart lijkt te barsten door alle vragen.
Je weg lijkt te zijn geplaveid met onzekerheid.
Iedere stap werpt nieuwe vragen op,
je metgezel is dagelijkse strijd.

Soms zijn er even kostbare momenten,
waarop je boven alles wordt uitgetild;
komen er antwoorden op je vragen,
weet je, zo heeft God het gewild.

Vervolgens loopt het spoor dood
en helaas, God heeft er geen bord bij gezet.
Zoekend en tastend kijk je rond;
je hoop lijkt te worden geplet.

Je ogen zijn door tranen omfloerst,
maar je richt blikveld naar boven.
Je wanhoopskreet klinkt tot aan Gods troon,
niets kan immers jouw hoop doven!

Hij is de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde.
De Heer der Heren, de God van 't gans heelal.
De Betrouwbare, de Onveranderlijke,
Degene die uitredden zal!






Heer,
Leer mij zien
boven mijn denken en voelen.
Leer mij beseffen,
dat er meer is dan ik kan zien.
Leer mij om mijn wil
te buigen naar die van U
en doe mij ieder moment beseffen,
dat ik een Ontzagwekkende God dien.

Loslaten

Met een bezoekje aan een medeblogster, moest ik weer denken aan een 'prachtig stukje over 'Loslaten' dat ik gehoord had bij een toespraak van Maaike v.d. Molen.
Zij had dit stukje van Internet en vond het ook zo bijzonder, dat zij dit ook wilde delen.
Zelf vind ik het ook heel bijzonder en deel het ook graag weer met anderen.
 

 
Loslaten betekent niet dat ik de liefde loslaat,
het betekent dat ik niet bepaal hoe een ander leven moet.

Loslaten betekent niet dat ik alle banden doorsnijd,
het betekent dat ik een ander niet overheers.

Loslaten betekent niet iemand de gelegenheid geven,
maar willen leren van wat er gebeurt, wat dat ook is.

Loslaten is mijn machteloosheid toegeven,
wat wil zeggen dat de uitkomst niet in mijn hand ligt.

Loslaten is de ander niet willen veranderen of beschuldigen,
ik kan alleen mezelf veranderen.

Loslaten is niet betuttelen,
maar geven om...

Loslaten is niet een ander op iets vastpinnen,
maar steun geven.

Loslaten is niet oordelen,
maar een de ander toestaan mens te zijn.

Loslaten is niet beschermend zijn;
het is anderen toestaan de werkelijkheid te zien.
Loslaten is niet ontkennen,
maar accepteren.

Loslaten is niet zeuren, verwijten, ruzie maken,
maar zoeken naar mijn eigen tekortkomingen en die corrigeren.

Loslaten is niet alles aan mijn wensen aanpassen,
maar aanvaarden wat elke dag mij brengt.

Loslaten is niet iedereen bekritiseren en willen veranderen,
maar de droom proberen te worden die ik kan zijn.

Loslaten is niet spijt hebben van het verleden,
maar groeien en leven voor de toekomst.

Loslaten is minder bang zijn en meer liefhebben

Uit: Genade is een risico,
Charles Swindoll,
blz 147 - 148

dinsdag 29 januari 2013

4e Oma-dag

Ook vandaag was mijn allerliefste kleindochter (kan ik nog zeggen, want ik heb er nog maar één) opnieuw in haar opperbeste humeur.
Al kletste vandaag als nog nooit te voren.
Hele verhalen en een plezier!
We hebben samen heel wat gelachen.
Waarom?
Weet ik niet; heerlijk, hè.
Gewoon lachen omdat zij lacht en zo'n plezier heeft.

Vandaag heb ik haar ook de eerste stapjes los zien doen in de box.
Van de ene kant naar de andere kant.
O, en die uitdrukking op haar gezichtje terwijl zij dat deed!
Zo jammer dat ik dat niet kon vastleggen.
Maar samen hebben we geklapt toen zij weer netjes aan de andere kant van de box stond.
Goed gedaan, hoor meisje!
Mama had het al wel gezegd, dat je je eerste stapjes los had gedaan, maar nu had oma het ook zelf gezien en oma is heel trots op jou.

Ook heb je vandaag twee keer 'opa' gezegd.
Ja, oma doe goed haar best om jou dat te leren, en vandaag zei jet het maar liefst twee keer.
Misschien nog wel per ongeluk en niet op commando, maar dat doet er niet toe.
Het begin is er.

 
Jaylinn was ondanks haar zere buikje toch niet echt bij jou weg te krijgen, vooral niet met het eten en het koekje.
Dat er dan nog weleens wat valt te halen was haar snel duidelijk.
Vanmorgen al met je peertje; ik gaf je je schaaltje met stukje peer en wie zat er direct naast de box?
 

 Ja hoor, je vriendinnetje Jaylinn.
En al gauw had zij haar eerste stukje peer alweer te pakken.

Ach, er zijn ergere dingen dan een stukje peer.
Ook de kruimeltjes van je liga heeft ze netjes opgezogen.
Handig, zo'n kruimeldiefje.

En zo was de dag alweer snel om en kwam papa je halen.
De vierde dag; het was zeer goed :)


De God van de berg Sinaï

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (29)

Heel het volk hoorde de donderslagen en de ramshoorn, ze zagen de bliksem en de rokende berg.
Ze bleven bevend van schrik op grote afstand staan.
Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’
‘Wees niet bang,’ antwoordde Mozes, ‘God is gekomen om jullie op de proef te stellen. Hij wil dat jullie ontzag voor hem hebben en niet meer zondigen.’
Het volk bleef op een afstand staan terwijl Mozes naar de donkere wolk ging waar God was.

Exodus 20:18-21

God komt op verschillende manieren naar de mens toe.
De ene keer door een brandende braamstruik heen, de andere keer in de stilte, een zachte bries, en in dit gedeelte komt God met groot machtsvertoon.
Donderslagen, een ramshoorn, bliksem en een rokende berg.
God komt op de manier dit het beste past bij het doel dat Hij voor ogen heeft.

Toen Hij Mozes’ aandacht wilde trekken in de woestijn, was dat door een brandende braamstruik, die brandde, maar niet verbrandde en Mozes kwam nieuwsgierig dichterbij,
verbaasd als hij ook was dat de struik niet verbrandde.

Tot Samuël sprak God in de stilte van de nacht.
Terwijl Samuël sliep kwam God en riep Hem.

Adam en Eva hoorden God bij het opsteken avondwind.

Nu echter komt God met groot vertoon van macht.
God wilde dat het volk Zijn macht en gezag zou zien.
Hij wilde dat zij ontzag voor Hem zouden hebben en niet meer zouden zondigen.

Het volk is helemaal van slag en onder de indruk van Gods verschijning.
‘Spreek jij met ons, dan zullen we luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we,’ zeggen ze tegen Mozes.
Op deze wijze komt ook de erkenning van hen naar Mozes en Aäron als leiders.
Ga jij maar, Mozes, ‘ga jij maar.’

In het hoofdstuk ervoor kwam God op dezelfde manier, en toen waren zij gewaarschuwd de scheiding niet te overschrijden want ze zouden zeker sterven.
Exodus 19:16-19:
Op de derde dag, bij het aanbreken van de morgen, donderde en bliksemde het.
Een donkere wolk hing om de berg en het zware geluid van een ramshoorn weerklonk.
De mensen in het kamp beefden van schrik.
Mozes leidde hen het kamp uit, naar God.
Zij stelden zich op aan de voet van de berg.
De Sinai was geheel in rook gehuld, want de Heer was in vuur neergedaald op de berg.
De rook steeg op als uit een oven en de hele berg trilde hevig.
Het geluid van de ramshoorn werd steeds sterker.
Mozes sprak en God antwoordde hem in de donder.

Als ik deze woorden lees, kan ik me zo voorstellen dat ze bang waren.
Als God zo komt, met zoveel machtsvertoon, want moet een mens zich dan klein en nietig voelen!
Dan kun je toch niet anders dan ontzag hebben en buigen voor deze almachtige God.

maandag 28 januari 2013

Een zielig hondje ...

Gek hè.
Ik ben eigenlijk een beetje uit mijn doen vandaag.

Vanmorgen heb ik onze Jaylinn naar de dierenarts gebracht om te worden gesteriliseerd.
Nee, hoe aandoenlijk ik ook kleine hondjes vind, geen puppy's in mijn huis.
(ik hoor het nu al: Óch, toe nou, mam, eentje kan toch nog wel????)
Niet dus, één hondje, één poes en één vissekom met twee goudvisjes is me genoeg.

Maar toch, het is en blijt wel weer een operatieve ingreep en en een narcose.
Het wendt dus nooit en van binnen is het toch weer wat onrustig.

Toen ik haar wegbracht vanmorgen, moets ik nog even wachten.
Op een gegeven moment komt er een meneer uit de spreekkamer om vast af te rekenen, terwijl zijn vrouw nog in de spreekkamer bleef.
De deur liet hij op een klein kiertje.
Zien deed ik niets, maar horen kon ik wel en ik merkte dat zij net hun trouwe viervoeter hadden moeten laten inslapen.

Och, verdriet welde op in mijn hart.
Ja, sorry, ik ben een gek mens; ik had het zo met hen te doen.
Het was alsof het ook nog maar weer kort geleden was van onze lieve Shirah.
Ik weet het, het hoort erbij en de liefde en vriendschap die je van je beestje krijgt, weegt niet tegen het verdriet op als zij je moeten verlaten, maar opnieuw zit ik hier achter mijn laptopje met een brok in mijn keel.
Ja, zelfs om het heengaan van een andermans hond en ik kan er niets aan doen,
Zo ben ik nu eenmaal.
Als mensen om mij heen verdriet  hebben, raakt het me.

Inmiddels heb ik onze Jaylinn weer opgehaald bij de dierenarts en ligt ze bij te komen in de bench.
een zielig hoopje hond, die er helemaal niets van snapt.
Daar ze zich nu niet zo goed warm kan houden, heb ik haar maar lekker ingestopt met een
kersenpitzak en een badlaken dubbel over haar heen.

 
Zo moet het toch wel goed zijn, dacht ik zo.

Toch wel heel anders dan met een grote hond, hoor.
Als was onze Shirah zieliger dan Jaylinn, ha, ha.
Oh, wat was die zielig.
Die lag echt de hele tijd te piepen en als je iets op een heel lieve manier zei tegen haar, begon ze nog harder te piepen.
Maar even afwachten wat deze kleine muppet gaat doen.
In ieder geval hebben we dit weer gehad.
Maar weer gauw beter worden, nu.

 

Hoeveel te meer ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (28)

Graf en verderf liggen open voor de HEERE –
hoeveel te meer de harten van de mensenkinderen.

Spreuken 15:11

Opnieuw raak ik onder de indruk van hoe God de mens kent, hem doorgrond.
Het blijft ook overal in de Bijbel opduiken en terugkomen.
Ook hier in het vijftiende hoofdstuk van het Bijbelboek Spreuken komt het weer naar voren dat niets voor God verborgen is.
Hoe meer ik hier mee bezig ben; hoe meer ik lees en terugzie in Zijn woord, hoe Hij ons kent en ons hart doorgrond, hoe meer ik het gevoel heb dat het terrein van mijn hart opener en groter wordt.
Leek het voorheen (gevoelsmatig) een afgebakend terrein, nu lijkt het wel of er steeds meer omheining verdwijnt.
Niet omdat ik dingen voor Hem verborgen probeerde te houden, maar doordat de diepte, de reikwijdte van Zijn woord, in mij groter wordt.
(Weet niet goed hoe ik het anders zou moeten omschrijven)

Graf en verderf – andere vertalingen spreken van ‘de afgrond van het dodenrijk’, of ‘de hel en het verderf’, of ‘de hel en de onderwereld’.
Maar hoe je het ook noemt, het gaat erom dat God ook bekent is met alles wat er zich afspeelt aan de andere zijde van het leven.

Job zegt hierover: *Het graf is naakt voor Hem, en er is geen bedekking voor het verderf.
*Open en bloot ligt het dodenrijk voor Hem, in de onderwereld is niets voor Hem verborgen. (Job 26:6 – HSV & GNB)

Hoeveel te meer, zegt de tekst dan, liggen de harten van de mensenkinderen niet voor Hem open.
Tja, als God zelfs tot in de hel weet wat er gebeurt, dan weet Hij zeker ook wat er zich afspeelt in ons binnenste en in onze gedachtewereld.

(Hart en gedachten worden vaak in één adem gebruikt.
Ons gevoelsleven en onze gedachtewereld zijn immers ook zeer nauw met elkaar verbonden en het is soms ook heel moeilijk om ze van elkaar los te maken.
Ons denken beïnvloed ons gevoel en andersom.)

Een mooi voorbeeld wat de Bijbel ons geeft over hoe de Heer ons kent en doorgrond, is uit Johannes 2:23-25:
‘Tijdens het Paasfeest was Hij -Jezus- in Jeruzalem, en bij het zien van de wondertekenen die Hij deed, gaven velen Hem hun vertrouwen en kwamen tot geloof in Hem.
Maar Jezus gaf hun Zijn vertrouwen niet, want Hij kende hen allen.
Niemand hoefde Hem iets over de mens te vertellen, want Hij wist wat er in de mens omgaat.

Dat Jezus dit ook echt wist, bleek later wel weer, als Hij aangeeft in Johannes 6:64:
‘Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. (Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden.)’

Ook  nog wat later, als Zijn lijden sterven al voorbij is, komt het opnieuw terug, als Jezus aan Petrus voor de derde keer vraagt of hij van Hem houdt.
Petrus zegt dan: ‘Petrus werd bedroefd, omdat Hij voor de derde keer tegen hem zei: Houdt u van Mij? En hij zei tegen Hem: Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik van U houd. Jezus zei tegen hem: Weid Mijn schapen.’

Niets is voor Hem verborgen.
Noch de diepe roerselen van ons hart, noch onze gedachten.
Noch wat we voelen, noch wat we denken.
Hij doorgrondt en kent ons volkomen.

Arglistig is het hart, boven alles,
ja, ongeneeslijk is het, wie zal het kennen?
Ik, de HEERE, doorgrond het hart, beproef de nieren,
en dat om ieder te geven overeenkomstig zijn wegen,
overeenkomstig de vrucht van zijn daden.
Jeremia 17:9,10

… zou God dat niet onderzoeken?
Want Hij weet wat er in het hart verborgen ligt.
Psalm 44:22

… luistert U dan vanuit de hemel, Uw vaste woonplaats, vergeef, en geef een ieder naar al zijn wegen, U, Die zijn hart kent.
U alleen kent immers het hart van de mensenkinderen …
2 Kronieken 6:30

Kadosh

Om te voorkomen dat ik in m'n stukjes over de grootheid van God en hoe indrukwekkend Hij is, dezelfde teksten zou gebruiken, was ik vamorgen eerst eens even bezig om de teksten op een rijtje te zetten.
Daarbij kwam ik erachter dat ik vorige week een dag heb overgeslagen.
Op mijn blog gaat het van 21 naar 23; ik schrok er even van.
Waar is dat stukje dan gebleven?
Nu, dus nog netjes in mijn map bij de andere stukjes.
Doordat het oma-dag was, ben ik het waarschijnlijk vergeten er op te zetten.
Dus nu als nog het stukje van Dag 22.
Het is nog een beetje een vervolg op Dag 21, over Gods heiligheid.


Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (22)

Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Uzza, en God strafte hem daar om deze onbedachtzaamheid, en hij stierf daar bij de ark van God.

2 Samuel 6:7

Ook vandaag laat de Heiligheid van God mij nog niet los.
Het andere verhaal dat een geweldige indruk op mij gemaakt heeft is het verhaal van Uzza.
(Ik moet wel bekennen dat het niet zijn naam is die ik heb onthouden, maar wel wat er met Hem is gebeurd)

Het hele verhaal begint eigenlijk nadat de Israëlieten een flinke nederlaag hebben geleden in hun strijd tegen de Filistijnen en zij als reactie daarop de Ark van het Verbond uit Silo gaan halen. (1 Samuël 4:3,4)
Ze dachten zo, dat de HEER dan wel in hun midden zou zijn en zij nu wel zouden winnen.
Het tegenovergestelde is echter waar.
Hoe bang de Filistijnen in wezen ook waren voor de God van Israël, ze besloten te vechten alsof hun leven ervan afhing.
En … , ze wonnen opnieuw de strijd en maakten de Ark van het verbond buit.
De Filistijnen namen de Ark mee en plaatsten hem in de tempel van hun god Dagon in Asdod.
Vanaf dat moment zaait de Ark dood en verderf onder de Filistijnen en uiteindelijk belandt de Ark in Kirjat-Jearim, waar Abinadab, en zijn zoon Eleazar worden geheiligd om zo voor de Ark te kunnen zorgen.

Het is David die op een gegeven moment de Ark weg gaat halen uit Kirjat-Jearim.
(2 Samuël 6:2)
De zonen van Abinadab, Uzza en Ahio, leiden de nieuwe wagen waar de Ark opstaat.
Echter op een gegeven moment, bij de dorsvloer van Nachon, struikelen de runderen en Uzza strekt zijn hand uit naar de Ark van God en grijpt die vast om te voorkomen dat deze zal vallen.

Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Uzza, en God strafte hem daar om deze onbedachtzaamheid, en hij stierf daar bij de ark van God.

Ik weet nog dat, toen ik nog heel jong was dit totaal niet begreep.
Waarom deed God dit nu?
Uzza wilde toch alleen maar voorkomen dat de Ark van het Verbond zou vallen?
Waarom strafte God hem nu terwijl hij alleen maar wilde helpen?
Ik begreep er niets van en vond het eigenlijk oneerlijk van God.
Ach, wat begreep ik toen nog weinig van het feit dat alles te maken heeft met de Heiligheid van God.
En het was ook pas toen ik ouder werd, dat ik het tot mij doordrong dat God helemaal geen hulp nodig heeft van ons.
Natuurlijk niet.

Als ik zo bezig ben met dit stukje en dit alles zo nog eens aan het nalezen was, trof nog een ander gedeelte mij heel diep.
Iets wat ik me niet meer kon herinneren het gelezen te hebben, maar wat ik ongetwijfeld wel ooit gelezen heb.
Maar nu, nu ik bezig ben met de Heiligheid van God, hakt ook dit woord er behoorlijk in.

Het gaat om iets wat een eindje terug gebeurd is.
1 Samuël 6
De Filistijnen sturen de Ark terug en de Ark komt aan in Beth-Semes.
Als de inwoners de Ark zien aankomen zijn ze ontzettend blij.
Ze hakken het hout van de wagen tot brandhout, en offeren daar de koeien op die voor de wagen gelopen hadden.
Die dag brengen zij vele offers.
Maar …

1 Samuël 6:19 - Maar de HEERE doodde sommigen van de mannen van Beth-Semes, omdat zij in de ark van de HEERE hadden gekeken.
(De NBG, GNB en de WB, spreken van naar, in plaats van in)
Hij doodde van het volk zeventig man van de vijftigduizend man.
Toen bedreef het volk rouw, omdat de HEERE het volk een grote slag had toegebracht.

Toen zeiden de mannen van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, deze heilige God?

Ook hier hetzelfde als met Uzza, als met de zonen van Aäron.
God is zo’n Heilig God; niets en niemand kan in leven blijven als er gehandeld wordt in strijd met Zijn wil, waar Zijn heiligheid in gedrang komt.
De inwoners van Beth-Semes leren op en wel heel harde manier over Gods heiligheid.

Zomaar wat voorbeelden van uit het OT over Gods heiligheid, over hoe ontzettend heilig onze God wel niet is.
En ook al is de Here Jezus gekomen, er is niets aan Gods heiligheid veranderd.
Hij is immers onveranderlijk!
Ja, door Jezus mogen we deze heilige God Vader noemen, maar in alle eerbied en met heilig ontzag; zoals Jezus deed.

Opnieuw en nog meer, hemelse Vader, ben ik geraakt door Uw heiligheid.
Mijn hart is gevuld met diep ontzag voor U en de woorden van de inwoners van Beth-Semes klinken nog na in mijn oren.
Ik dank U, daarom met heel mijn hart, voor Uw Zoon, onze Here Jezus Christus, die de weg naar U heeft vrijgemaakt, zodat wij nu kunnen en mogen naderen, in alle vrijmoedigheid tot Uw troon van genade.
Laat mij echter daarin nooit vergeten hoe heilig U nog steeds ben.
Daarin is niets veranderd.
Jahweh Kadosh.
Heilig God.
Ik buig mijn hoofd voor U en aanbid U.

- Amen -


zondag 27 januari 2013

Tot op de bodem van ons hart ...

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (27)

In eigen ogen heeft een mens altijd juist gehandeld,
maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart.

Spreuken 21:2

Maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart …

Met het laatste gedeelte van deze tekst gaan mijn gedachten (automatisch) naar een  tekst uit Samuël, waar hij naar Bethlehem gaat om daar de man tot koning te zalven, die de HEER hem aan zou wijzen. (1 Samuël 16:1-13) 

Ik weet dat het eigenlijk niets met elkaar te maken heeft, gezien het eerste gedeelte van de bovenstaande tekst, maar toch gaan mijn gedachten steeds opnieuw naar dit woord.

 ‘… want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.’
1 Samuël 16:7 (het laatste gedeelte)

Hoewel het in eerste instantie twee totaal verschillende teksten zijn, komen ze uiteindelijk toch op hetzelfde neer.
In beide gevallen ziet God verder dan de mens; in beide gevallen ziet God naar het hart.
Voor God is het hart van de mens het belangrijkste.
Het hart is waar het bij Hem om draait.

God ziet door mooie buitenkanten heen.
God ziet voorbij onze redenaties.
God ziet wat achter de boodschap zit die we afgeven.
God ziet de oorsprong van ons handelen en Hij ziet het doel van ons handelen.

In onze eigen ogen kunnen we misschien altijd wel goed gehandeld hebben en vaak kunnen we mensen daarin nog meenemen en om te tuin leiden, maar voor God is niets verborgen.

We kunnen mensen ergens aanstellen, omdat ze zo goed kunnen spreken, of zo charmant zijn, of zo charismatisch of …, en er vervolgens achterkomen, dat hun hart niet op de juiste plaats zit.

God kijkt tot op de bodem van ons hart en weet, ziet, proeft …

Bewaak daarom boven alles je eigen hart,
want daar ligt de bron van het leven.

Spreuken 4:23


HEER, U ziet
tot op de bodem
van ons hart.
U ziet wat daar leeft,
en of het
Uw woorden tart.

U ziet onze motieven;
U ziet, wat aan ons handelen
ten grondslag ligt.
Moet het verborgen blijven,
of verdraagt het
Uw licht?

Leer ons
boven alles
ons hart te bewaken,
opdat de bron van leven
niet met verkeerde dingen
besmet zal raken.

zaterdag 26 januari 2013

Onpeilbaar, ondoorgrondelijk en onnaspeurbaar

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (26)

Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft;
niets is eraan toe te voegen, niets ervan af te doen,
en God doet het opdat men vreest voor Zijn aangezicht.

Prediker 3:14

HEER, Uw wijsheid is niet te doorgronden.
Alles heeft U vastgelegd; voor alles is er een uur en een tijd.
En hoe iets ook ingaat tegen onze gedachten, ideeën of plannen, laat het zijn zoals Hij wil, want Zijn wil is volmaakte wijsheid.
Daar kunnen wij, niets aan toevoegen of aan af doen.
Al zouden wij alles wat U doet kunnen overzien en begrijpen, dan nog zouden wij er niets
aan hoeven te veranderen, zo volmaakt Zijn Uw plannen en Uw wegen.
Aan niets ontbreekt iets, aan niets hoeft iets te worden toegevoegd.
Laat het ons streven zijn, HEER, om te beantwoorden aan ons doel, aan het doel waartoe U ons heeft geschapen, namelijk U te dienen, te eren en grootmaken, U weerspiegelen.
U de eerste plaats geven in ons leven.
Leven in ontzag voor U en tot eer van U.

Hoe onpeilbaar is Uw rijkdom,
Uw wijsheid en Uw kennis!
Hoe ondoorgrondelijk zijn Uw beslissingen,
hoe onnaspeurlijk Uw wegen!
Want:
Wie kent Uw gedachten?
Wie kan U raad geven?
Of wie kan vergoeding vragen voor wat Hij U heeft gegeven?
Want alles komt van U en alles bestaat door U en voor U.

Aan U de eer in eeuwigheid.
 

- Amen –

(Romeinen 11:33-36)

vrijdag 25 januari 2013

Nog is er tijd

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (25)

Verlies één ding niet uit het oog, vrienden: voor de Heer is een dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.
De Heer stelt wat Hij heeft beloofd, niet uit, zoals sommigen denken.
Hij heeft alleen maar geduld met u.
Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen.

2 Petrus 3:9

Iedere keer als ik deze woorden lees, ben ik onder de indruk van Gods liefde en geduld met ons mensen, met deze wereld.
Dan kan ik maar niet begrijpen dat Hij er geen einde aan maakt.
Soms, als ik de beelden op TV zie van al het onrecht dat in de wereld is, hoe de één de ander dood schopt, hoe iemand het vuur opent en zomaar in het wilde weg iedereen doodschiet die in de buurt is.
Als ik de beelden zie van al die kinderen, apathisch van de honger, getraumatiseerd door oorlogen en geweld, verkracht, misbruik, verkocht …
Dit zijn momenten dat ik alleen maar kan bidden, Heer Jezus kom!
Kom., Heer Jezus en maakt een einde aan al deze ellende en neem ons op in Uw heerlijkheid.
En tegelijk besef ik hoe velen Hem nog niet kennen, ja ook in mijn familie, in mijn naaste omgeving.
Dan wordt mijn hart in tweeën gescheurd.
Enerzijds wil ik gewoon zo graag bij Hem zijn, weg van deze verschrikkelijke wereld met al haar pijn en verdriet, al haar moeiten en zorgen en aan de andere kant; Heer, blijf nog maar even weg, want zo velen van hen kennen U niet, hebben meer tijd nodig, hebben nog niet van U gehoord

En ik kan slechts nog maar een fractie zien van wat Hij ziet, en mijn voorstellingsvermogen schiet in alles te kort als ik me ook maar een voorstelling probeer te maken, van wat er door Hem heen moet gaan, of wat Hij moet voelen, ervaren, als Hij naar ons mensen kijkt.
En ja, ook naar mij.
Het moet zoiets zijn, als ten tijde van Noach, als de steden Sodom en Gomorra.
Maar Hij heeft beloofd de aarde nooit meer door een watervloed te zullen vernietigen.
Toch komt er straks een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!
En tot die tijd heeft God geduld met ons.
Hij stelt niets uit.

Prediker 3:1 zegt: ‘Alles heeft zijn uur en tijd, alles in dit leven.
Zo ook het tijdstip waarop de Here Jezus terugkomt.
En tot die tijd heeft God geduld met ons.
Niet dat Hij als het ware deze tijd uitzingt, nee, geenszins!
Hij heeft geduld met ons, omdat Hij maar niet wil dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen.

Hoe kun je nu niet onder de indruk raken van zulk een grote liefde en bewogenheid.

Vader in de hemel, dank U voor Uw geduld met ons mensen.
Dank U wel, voor Uw onvoorstelbaar grote liefde.
Dank U, dat U ons nog de tijd geeft om mensen van U te vertellen, Uw woord na te leven, voor te leven, zodat anderen U zullen zien in ons en U mogen leren kennen door het volbrachte werk van de Here Jezus, Uw Zoon.
Vergeef mij, Vader, vergeef ons, dat we daar vaak zo schromelijk in te kort schieten en leer mij, leer ons, om vrijmoedig over U en het verlossende werk van onze Here Jezus te spreken nu het nog kan.
Maak ons tot een zoutend zout en een lichtend licht voor een ieder om ons heen.
Nog is er tijd, het is nog niet te laat.
Nog heb U geduld, zodat allen nog tot inkeer kunnen komen.
Geef mij vrijmoedigheid, Vader, een hart vol passie, vol bewogenheid, zoals dat van U.
Laat zo Uw licht schijnen door  mij heen opdat men U mag leren kennen.
In Jezus’ Naam.

- Amen -

Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd, aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken.
Hij liegt niet.
Als Hij uitblijft, verwacht Hem,
want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.
Habakuk 2:3

En daarom wacht de HEERE, opdat Hij u genadig zal zijn; en daarom zal Hij Zich verheffen om Zich over u te ontfermen.
Voorzeker, de HEERE is een God van recht.
Welzalig zijn allen die Hem verwachten.
Jesaja 30:18

Of denkt u zo gemakkelijk over Gods overgrote goedheid, geduld en verdraagzaamheid? Weet u niet dat God u door zijn goedheid tot een nieuw leven wil brengen?
Romeinen 2:4


Met dat ik op zoek was naar een bijpassend lied bij dit stukje, kwam ik bij dit oude lied op You Tube.
Hoewel de muziek misschien voor velen misschien niet meer van deze tijd is, (ook mijn smaak is wel wat anders geworden) doet het niets af aan de tekst van dit lied.

 
Ieder uur, iedere stap brengt ons nader.
Bij de grens van leven en dood.
Heeft de Heiland uw paspoort getekend?
Met Zijn bloed dat hij reddend vergoot?

Nog is het tijd, de Heer geeft gena,
de toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens.
Is uw paspoort getekend, o mens?

Gij kunt zelf de tol niet betalen.
Zilver en goud verliest daar zijn macht.
Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang.
Tot het land waar de Heiland u wacht.

Nog is het tijd, de Heer geeft gena.
De toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens.
Is uw paspoort getekend, o mens?

Het is nu het uur der beslissing.
Bij de grens begint het gericht.
O, geloof in uw heiland uw Redder.
En Hij voert u naar 't eeuwige licht

Nog is het tijd, de Heer geeft gena.
De toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht aan de grens.
Is uw paspoort getekend, o mens?

donderdag 24 januari 2013

Een God van troost

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (24)

De Heer zegt tegen Jeruzalem: ‘Ik, Ik ben het die je troost, Ik de Heer.

Jesaja 51:12a

Onze God, de Allerhoogste, de Almachtige, is ook een God van troost.

Hij troost ons in ons verdriet.
Hij troost ons zelfs nadat Hij boos is geweest.
Hij troost ons door anderen  heen die Hij op ons pad te brengt om ons bemoedigen.
Hij troost ons als we het moeilijk hebben.
Hij troost ons zo, dat we weer blij zullen zijn.
Hij troost ons zo, dat onze rouw verandert in vreugde.
Onze God, die als een verterend vuur rond kan gaan, is ook een God die ons troost zoals een moeder haar kind troost.

Hoe onvoorstelbaar bijzonder.
Hoe onvoorstelbaar indrukwekkend.

Hoe groot zijt Gij!
Hoe groot zijt Gij!

Op die dag zult u zeggen: Ik dank U, HEERE, dat U toornig op mij geweest bent, maar Uw toorn is afgekeerd en U troost mij.
Jesaja 12;1

Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten.
Jesaja 66:13

Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
2 Korinthe 7:6

Ik zal hun rouw veranderen in vreugde, Ik zal hen troosten, Ik zal hen blij maken na hun verdriet.
Jeremia 31:13

Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.
2 Korinthe 1:4

 


woensdag 23 januari 2013

Vergevend en vergetend

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (23)

O God, wie is aan U gelijk?
U vergeeft de schuld van Uw volk en blijft niet stilstaan bij hun overtredingen.
U laat Uw woede niet eeuwig duren,
U wilt niets liever dan genade tonen.
Opnieuw zult U Zich over ons ontfermen,
U zult onze schuld tenietdoen, al onze zonden verwijzen naar de bodem van de zee.

Micha 7:18,19

Na de afgelopen twee dagen stil gestaan te hebben bij de heiligheid van God, bij Zijn toorn die ontbrandt bij ongehoorzaamheid en het niet houden van Zijn geboden, is het geweldig om tegelijkertijd ook te weten dat God ook een heel andere kant heeft.
Toen ik de bovenstaande tekst tegenkwam bij het bladeren door mijn Bijbel op zoek naar iets waar ik deze keer over zou nadenken/schrijven, stopte ik bij deze tekst en bedacht me hoe geweldig mooi het eigenlijk is om zo van Gods toorn over de zonde over te gaan naar wie Hij ook is, namelijk een barmhartig God.

Als God bij Mozes voorbijgaat ((Exodus 33:19 en Exodus 34:6,7) zegt Hij een God te zijn  die barmhartig is en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.
Ook Joël 2: 13 zegt het : 'Scheur niet je kleren, maar verscheur je hart!'
Keer terug naar de HEER, jullie God.
Hij is mild en vol medelijden, vol liefde en geduld, steeds bereid de straf in te trekken.'
De God die toornt over de zonde, straft, vergeldt, is dezelfde God die niet altijd boos blijft, want Hij schept geen behagen in Zijn woede, Hij wil niets liever dan Zijn genade tonen.
Heel de Bijbel door zien we steeds opnieuw dat als Zijn volk berouw krijgt over hun zonde, en zich afkeert van hun verkeerde wegen, Hij Zich weer over Zijn volk ontfermt.
Hij vergeeft en neemt hen weer in genade aan en de straf neemt Hij vervolgens weg.
Denk bijvoorbeeld maar aan Mozes en de koperen slang in de woestijn, wie naar de slang keek, werd genezen. (Numeri 21:4-9)
Of aan Gideon (zie: Richteren 6)
God toont keer op keer Zijn ontferming, barmhartigheid en genade, ook aan individuele personen.
Denk maar eens aan David.
Hij heeft de nodige misstappen begaan in zijn leven, en toch noemt God hem een man naar Zijn hart.
Dit kan alleen door berouw en afkeren van verkeerde wegen.

Wat voor het volk Israël en voor David geldt, geldt door de Here Jezus ook voor ons.
Als wij onze zonden belijden, dan is God zo rechtvaardig en trouw dat Hij onze zonden vergeeft en ons rein maakt van alles wat we verkeerd hebben gedaan.
(1 Johannes 1:9)
Ongeacht wat we gedaan hebben, ongeacht hoe groot of hoe klein het ook is.
Er was vergeving voor de moordenaar aan het kruis.
Er was vergeving voor de vrouw bij de bron.
Er was vergeving voor Petrus.
Er is vergeving voor jou en mij.

En wat het allemaal nog bijzonderder maakt, nog specialer en God nog groter en indrukwekkender, is dat bij God vergeven ook vergeten is.
Hij denkt nooit meer terug aan wat we hebben gedaan.
Als de profeet Micha schrijft, dat Hij onze zonden in de diepten de zee gooit, dan zijn ze daar begraven.
Corrie ten  Boom zou zeggen: En Hij zet er een bordje bij: ‘Verboden te vissen!’

Wij mensen zijn een kei in het onthouden wat anderen ons hebben aangedaan.
Zelfs als we de ander vergeven hebben, blijven vaak wel de herinneringen aan wat ons is aangedaan.
En als we niet oppassen, zijn we zelfs in staat om deze dingen weer te voorschijn te halen, als er weer een keer iets gebeurt.

Bij God niet.
God zal nooit en te nimmer terugkomen op eerder begane zonden en je ze weer onder je neus wrijven.
Vergeven is bij God vergeten.
Whauw!

O God, wie is aan U gelijk?



dinsdag 22 januari 2013

3e Oma-dag

Om kwart over zeven komt mijn zoon binnen met onze lieve kleindochter, Naomi.
Mijn dag kan eigenlijk al niet meer stuk, want, laten we eerlijk zijn, als je zo begroet wordt als door deze kleine meid met die grote stralende lacht, dan kan je dag gewoon niet meer stuk.
Wat een heerlijk meidje is zij toch.

Zo vrolijk, zo blij en stapelgek op onze Jaylinn.
Hoewel ze haar naam nog niet echt uit kan spreken, gebruik ze steevast dezelfde klanken, die trouwens best richting Jaylinn klinken, als ze Jaylinn roep of naar haar wijst.
Ze vindt haar echt helemaal geweldig.

Vanmorgen en vanmiddag vond ze het schijnbaar toch weleens tijd worden om deze vriendschap te bezegelen met het delen van haar lekkers.
Kreeg Jaylinn vanmorgen wat van haar peertje toegeschoven, vanmiddag wilde ze graag ook haar koekje met haar delen.
En Jaylinn?
Jaylinn vond het prima.
De stukjes peer waren zo verdwenen, het stukje koek echter was toch iets te groot voor haar bekkie, dus die liet ze gauw liggen en dook op een klein stukje af, wat mij weer de kans gaf om het grote stukje maar gauw op te ruimen.


Ja, die twee worden beste maatjes.
Als Naomi even lekker op de grond speelt, zit Jaylinn even met een paar eigen snoepjes in de bench.
Als Namomi wat groter is en jaylinn wat rustiger, dan kunnen ze wel samen, maar nu heeft het arme kind anders geen leven.
Of Jaylinn niet?
Zo kunnen we het ook nog bekijken natuurlijk, want als kleine Naomi iets vast heeft aan haren bijvoorbeeld ... dan laat ze ook niet gauw meer los.

Ja, zo was het weer een heerlijke oma-dag waar ik van genoten heb en waar ik God zo dankbaar voor ben.
Het is echt zo anders dan met je eigen kinderen.
Dan moet je gewone werk doordraaien, je kunt immers wel een keertje een dagje niets doen en genieten van je kinderen, maar alles blijft wel liggen, en dat is met vier kleine kinderen toch wel heel wat meer dan nu met nog maar twee grote kinderen thuis.
(alhoewel ...)
Als ik dan zo met m'n kopje koffie aan tafel zit en Naomi in de box met haar flesje en een heerlijke CD op de achtergrond, dan is de diepe rust en vrede in mijn hart zo groot dat er stilletjes een portie dankbaarheid naar omhoog gaat.

De kleine jongen

Weer eens tijd voor een mooi verhaal(tje).

Het volgende verhaal heb ik jaren geleden uitgeknipt, volgens mij uit 'Het Zoeklicht'.
Nog steeds krijg ik een brok in m'n keel als ik het lees, en ik heb het al heel vaak gelezen.
Maar er zit een diepe, diepe boodschap in.

"......want wij hebben geen hogepriester, die niet kan meevoelen
met onze zwakheden......."

Hebreeën 4:15

Een boer heeft een nestje jonge hondjes, die hij verkopen moet.
Hij schildert een bord met de aanbieding van de puppies en plaatst dat in de voortuin van de boerderij, vlak langs de weg.
Daarmee bezig tikt iemand hem tegen zijn arm.
Het is een kleine jongen, die hem vraagt of hij er één mag kopen.
"Nou", zegt de boer,"ze komen uit een heel goed nest, jongen, en daarom kosten ze erg veel geld."
Even laat het jongetje zijn hoofd zakken.
Dan voelt hij diep in zijn broekzak en toont de boer zijn geld.
"Ik heb zevenentachtig cent", zegt hij.
"Is dat genoeg om alleen maar even te kijken?"
De boer fluit op zijn vingers en roept zijn hond, die te voorschijn komt.
De vier puppies hollen als vachtbolletjes op hun vier korte pootjes achter hun moeder aan.
De jongen kijkt zijn ogen uit naar zoveel pracht.
Dan ziet hij beweging bij het hondenhok.
Langzaam strompelt er nog een puppy naar buiten, merkbaar kleiner dan de andere vier.
Moeilijk beweegt het zich in de richting van de andere vier.
Het doet z'n uiterste best om er zo snel mogelijk ook bij te zijn.
"Die wil ik graag hebben", riep het jongetje uit.
De boer buigt zich naar het jongetje en zegt: "Die moet je niet nemen, want die zal nooit goed kunnen rennen en spelen als de andere vier.
Hij is waardeloos."
Het jongetje doet een stap terug, rolt een broekspijp omhoog en toont de boer zijn rechterbeen, waarlangs een stalen strip aan beiden zijden naar omlaag loopt naar een speciale schoen.
Hij zegt: "Ik kan ook niet goed rennen en spelen met andere kinderen.
Dit kleine hondje heeft iemand nodig die hem begrijpt."
"Volgende week mag je hem komen halen jongen", zegt de boer met tranen in zijn ogen.

(schrijver voor mij onbekend)

 

maandag 21 januari 2013

Heilig

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (21)

En Mozes zei tegen Aäron: ‘Dit bedoelde de Heer, toen Hij zei: ‘Ik laat mijn priesters zien dat ik een heilig God ben, Ik toon Mijn luister ten overstaan van het hele volk.’
Maar Aäron was met stomheid geslagen.

Leviticus10:3

Eén van de verhalen uit de Bijbel die mij hebben doen beseffen hoe heilig God eigenlijk is, is het verhaal van de dood van de zonen van Aäron.
Tot op de dag van vandaag ben ik er van onder de indruk en komt dit verhaal als één van de eersten in mij boven als het gaat om hoe heilig onze God wel niet is.

De twee zonen van Aäron, Nadad en Abihu, waren aan de beurt om de HERE een offer te brengen, maar zij namen het niet zo nauw met de voorschriften die God had gegeven.
Zij deden gloeiende kooltjes in hun vuurpan en legden daar de wierrook op en zo gingen zij de tent van de HEER binnen.
Maar de kooltjes vuur waren niet zoals voorgeschreven, afkomstig van het altaar.
Zij deden dus wat in strijd was met de opdracht van de HEER.
Toen werden zij dodelijk getroffen door het hemelvuur van de HEER.
Zo vonden zij de dood in het heiligdom.

HEER, U bent een Heilig God.
En ik ben bang, HEER, dat ik soms maar nauwelijks besef hoe heilig U eigenlijk wel niet bent.
Het zijn voorbeelden als deze uit Uw woord, die aangeven hoe heilig U bent en dat we niet kunnen sjoemelen in wat we doen, ten opzichte van Uw woorden.
We kunnen Uw woorden niet naast ons neerleggen, noch ze een beetje aanpassen aan ons inzicht.
Noch kunnen we doen alsof U het toch niet zien zal, niet doorheeft.
Als U zegt: ‘Wees heilig want Ik ben heilig,’ dan zegt U dat niet tegen ons als iets waarin we een vrijblijvende keuze hebben, maar als een echte, serieuze opdracht.
Ja, door Uw Zoon, Jezus Christus zijn wij heilig, maar Uw opdracht luidt ook dat we ons moet toeleggen om heiliger te worden, om ons leven te heiligen.
We mogen naderen tot Uw troon van genade, maar dit kan niet zonder gewassen te zijn door het vergoten bloed van Uw Zoon.
Niemand kan U van aangezicht tot aangezicht zien, zonder te sterven.
Nadad en Abihu namen het niet zo nauw met Uw voorschriften en werden door U gedood.
HEER, soms kunnen dingen in onze ogen zo onbelangrijk lijken, zo nauwelijks van enige waarde, en soms hebben we al gauw zoiets van, och, dat vind God vast niet erg.
Dat we naar Zijn huis komen is toch het belangrijkste, dat we bidden en Bijbelezen is toch veel belangrijker, dat we Stille Tijd houden is toch veel belangrijker, dat we …
Och, dit blad, deze tv-serie, deze muziek, deze …
Moet kunnen …
Vergeef mij, HERE, dat het soms ook zo onbewust gaat.
Vergeef mij HERE, dat ik U nog zo slecht ken, dat ik dit soms denk of doe.
Dat de zonen van Aäron zo terplekke sterven door Uw hand, geeft aan hoe heilig U wel niet bent.
Ja, ik weet, het waren priesters met een grotere verantwoordelijkheid ten opzichte ook van het volk en U wilde het volk er van doordringen hoe heilig U bent.
Maar ook naar mij, naar ons, klinkt Uw stem: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’
Maak mij bewust, o HEER, voor zover ik dat met mijn menselijk verstand kan bevatten, hoe heilig U bent.
In Jezus’ Naam.

- Amen -

Wie van de goden, Heer, is aan U gelijk?
Wie is als U, ontzagwekkend en heilig?
Exodus 15:11

Bied elke dag een stier aan als offer voor de zonde om alles met Mij in het reine te brengen.
Reinig het altaar en wijd het met zalfolie, zeven dagen lang.
Het altaar zal zeer heilig zijn.
Wie het aanraakt, is ook heilig.
Exodus 29:36

Ook het altaar voor de brandoffers met alles wat erbij hoort moet je zalven en heiligen: het altaar is zeer heilig.
Exodus 40:10

Erken de macht van de Heer, onze God, buig u neer voor Zijn heilige berg, want de Heer, onze God, is heilig.
Psalm 99:9

De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten; Hij is uw vrees en Hij is uw verschrikking.
Jesaja 8:13

Streef naar vrede met alle mensen en naar een heilig leven, want zonder dat zal niemand de Heer zien.
Hebreeën 12:14

Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:16
 


Wek mij elke morgen met Uw woorden ...

Wek mij elke morgen
met Uw woorden.
Fluister mij
wat ik nodig heb
aan levenswijsheid in,
om op mijn beurt
door te geven
uit Uw stroom van leven.
Gevoed in U
heeft elk moment zin.

©Tinie Goedhart.
Boekenlegger

Heb je ook weleens dat je iets tegenkomt dat je zo aanspreekt dat je het uit je hoofd wilt kennen?
Ik heb dat dus ook met deze tekst van Tinie Goedhart van een boekenlegger.
De woorden van dit kaartje raken mijn hart heel diep.
Ik heb de boekenlegger al een aardig tijdje in mijn bezit, en hoewel ik hem op dit moment even kwijt ben, blijven de woorden mij als het ware achtervolgen, doordat ik ze op verschillende plekken heb opgeschreven.
En dan zo af en toe mijmer ik weer over deze woorden.

‘Wek mij elke morgen met Uw woorden.
Fluister mij wat ik nodig heb aan levenswijsheid in …’

Het liefst zou ik iedere morgen wakker worden gemaakt door God en dat Hij mij met het wakker maken Zijn woorden voor die dag influistert.
Wat zou dat geweldig zijn!
Maar meestal is het het harde geluid van mijn wekker dat mij wekt en is mijn eerste gedacht ‘o, het is alweer tijd om op te staan’.
Maar soms word ik wakker en is Hij de eerste aan wie ik denk en is mijn hart vol dank om een heerlijke nachtrust.
En heel soms komt er een woord vanuit de Bijbel in mijn gedachten.
Maar meestal klinkt er een koud en hard signaal dat gewoon aangeeft dat de nieuwe dag weer is begonnen.

Toch is het mijn eigen keuze dat mijn wekkertje zo vroeg afloopt.
En al is het soms niet makkelijk om uit mijn warme bedje te komen en kreunt alles van binnen (‘k moet zachtjes doen om mijn man niet wakker te maken) toch verlang ik er naar, want beneden wacht mijn kopje koffie en mijn Bijbel.
Het is een keuze om vroeger dan de rest op te staan om samen met God mijn dag te beginnen nog voor er iemand op is.
En dan komen de bovenstaande woorden toch heel dichtbij.
‘Wek mij met Uw woorden en fluister mij wat ik nodig heb aan levenswijsheid in ...’
Genietend van mijn kopje koffie kruip ik weg in mijn stoel, terwijl ik mijn Bijbel en dagboek over de Namen van God opent.
Niet altijd ben ik even wakker, soms kost het me heel wat moeite om te lezen of om mijn aandacht er bij te houden, maar ik ben in Zijn aanwezigheid.

En zo word ik toch gewekt met Zijn woorden aan het begin van een nieuwe dag en fluistert Hij mij Zijn woorden van levenswijsheid voor die dag in.

zondag 20 januari 2013

Het Begin en Het Einde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (20)

Voor de bergen ontstonden,
voor U de aarde schiep,
was U al God,
alle eeuwen door.
Als U zegt:
‘Wordt weer stof, jullie zwakke mensen,’
dan worden zij weer stof.
Want voor U zijn duizend jaar
niet meer dan één dag,
niet meer dan het laatste uur van de nacht:
in een oogwenk voorbij!

Psalm 90:2-4

Bij ons mensen heeft alles een begin en een einde.
Er is niets dat oneindig is, er is ook niets in ons leven dat geen begin en geen einde kent.
We zijn als mensen gebonden zijn aan de tijd.
En ook alles in ons leven is vergankelijk.
We worden verwekt, geboren en we sterven.
Dit geldt voor ons, voor de dieren en voor de natuur.

Maar dit woord verteld mij, dat U, HEER, er al was voor de bergen ontstonden, voor U de wereld schiep.
U bent eeuwig; U kent geen begin en geen einde, simpelweg omdat U het begin en het einde bent.
De Almachtige, Die is, Die was en Die komt.
De Eerste en de Laatste.

Door Uw hand is alles ontstaan.
U hoeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er.
Uit stof heeft U ons gemaakt en als U wilt dat wij weer stof worden hoeft U het alleen maar te zeggen.
Alles en iedereen vindt zijn/haar ontstaan in U.

Hoe zou ik me ooit kunnen voorstellen dat één dag bij U is als duizend jaar, als het laatste uur van de nacht?
Als ik het laatste uurtje van de nacht al wakker ligt, heb ik al het gevoel dat het uren zijn.
Wat ‘in een oogwenk’ voorbij?

Altijd al was U God.
U bent eeuwig.
El Olam

‘Van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.
Psalm 90:2b (HSV)

U bent de  ‘Ik Ben, die Ik ben’.
Jaweh.
De ene.

Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.
Openbaring 1:8

Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Openbaring 22:13

Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven,
ik kan er niet bij.
 

Maar,
ik geloof,
dat U bent,
die U zegt dat U bent.

- Amen -
 


zaterdag 19 januari 2013

Liefde

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER ...   (19)

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Johannes 3:16

Het is een heel bekende tekst; ik denk misschien wel de meest bekende tekst uit de Bijbel en misschien ook wel de meest gebruikte.
Het is geloof ik ook de eerste tekst die ik ooit uit mijn hoofd heb geleerd.
En nu, als ik iedere dag tijd apart zet om stil te staan bij hoe groot en indrukwekkend Hij is, wil ik ook weer eens tijd nemen om dit woord nog eens goed te overdenken en de diepe betekenis ervan tot me door te laten dringen.

Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder,
die in Hem gelooft,
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven hebbe.

Met alles wat God schiep, zei Hij: ‘Het is goed.’
Alleen toen Hij de mens, man en vrouw, schiep, zei Hij: ‘Het is zeer goed.’
De mens is geschapen als kroon op Zijn schepping; geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis.
Geschapen om in een innige relatie met Hem te leven.
Maar helaas was dit slechts van korte duur.
De mens viel in zonde, werd ongehoorzaam aan Zijn Maker en de tijd die ze samen in elkaars nabijheid konden doorbrengen, was voorbij.
De zonde was een onoverbrugbare kloof geworden tussen de Schepper en Zijn schepping.
De mens werd uit het paradijs verbannen en zwoegend en ploeterend zou hij zijn dagen moeten doorbrengen.

Maar God hield zo ontzettend veel van de mens, dat Hij ook van af het begin Zijn reddingsplan klaar had, om de verbroken relatie tussen Hem en de mens te herstellen.
Het was echter niet zomaar een plan.
Want de mens zou van zijn kant af nooit en te nimmer ook maar iets kunnen doen wat deze verbroken relatie met God zou kunnen herstellen.
God is zo groot, zo heilig, zo rein, zo zuiver, zo …
Alleen iemand die zelf zonder zonde is, zou deze kloof kunnen dichten.

Maar met dat de mens in zonde is gevallen, geeft hij de zonde door aan zijn kinderen.
Elk kind dat uit de mens wordt geboren, is net zo zondig en schuldig als zijn ouder.
Op heel de aarde was er geen mens die dit zou kunnen doen.
Alles hing af van de liefde van Hem die de mens, die ons heeft geschapen.

Hoe groot zou Zijn liefde voor ons mensen zijn?
Hoeveel zou het Hem waard zijn om die relatie weer te herstellen?
Wat of hoeveel zou het Hem mogen kosten?
Wat had Hij voor ons, voor een herstelde relatie met Zijn zondige kinderen over?

Het tekstwoord hierboven geeft ons het antwoord.
Hij hield zoveel van ons, het was Hem zoveel waard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus, gegeven heeft.
Gegeven heeft …

God gaf Zijn eniggeboren Zoon, Jezus.
Gaf Hem over in de handen van ons mensen om in onze plaats te lijden en te sterven voor onze zonden.
Alleen Jezus, Gods eigen Zoon, kon door mens te worden, in onze plaats de straf op de zonde dragen en volbrengen.
God die mens werd, de kruisdood stierf, neerdaalde in het dodenrijk en opstond uit de dood op de derde dag en is teruggegaan naar Zijn Vader in de hemel.

Opdat een ieder …

Een ieder?
Iedereen?
Ook die moordenaar, de verkrachter, die dief, die …?
Ook die overbuurvrouw, die altijd maar staat te roddelen, die buurman, die altijd ruzie loopt te maken?
Ik, met mijn zonden, die misschien niet zo zichtbaar zijn, of makkelijker te verdoezelen voor de buitenwereld?
Echt iedereen?

Ja, echt iedereen die in Hem gelooft!
Dat is de voorwaarde.
Iedereen die in Hem gelooft.
Die gelooft dat Hij aan het kruis gestorven is voor zijn, voor haar zonden.

En een ieder, ja iedereen, die zo in Hem, in Zijn volbrachte werk op Golgotha, gelooft, zal niet verloren gaan, maar eeuwig leven ontvangen.

Niet verloren gaan …
Eeuwig leven ontvangen …

Nooit meer gescheiden leven van God.
Nooit meer zonder Hem door het leven hoeven gaan.
Straks voor altijd bij Hem zijn.
Geen zonden meer, geen pijn, geen verdriet, geen …
De relatie herstelt.

Alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft …

Zoveel hield Hij van ons …
Zoveel was het Hem waard …
Johannes 3:16,17

Zoveel mocht Hem kosten ...
Zoveel had Hij voor ons over …
Jesaja 53

vrijdag 18 januari 2013

Onveranderlijke God

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER ...   (18)

Steeds weer moet ik er aan denken, dan ben ik zo moedeloos.
Toch blijf ik hopen, want ik denk ook:
Het is een geschenk van de Heer dat wij nog leven,
Zijn liefde houdt nooit op, is iedere morgen nieuw.
Zijn trouw is groot.
Ik behoor aan de Heer, in het diepst van mijn hart;
daarom blijf ik op Hem hopen.
Goed is de Heer voor wie naar Hem uitkijkt, voor wie Hem zoekt.
Goed is het in stilte te wachten, te wachten op Hem, op bevrijding.

Klaagliederen 3:20-26

Bedenken hoe groot en indrukwekkend de Heer is, is ook een goede remedie om  moedeloosheid tegen te gaan, of om je er uit te halen als je dag(en) er door geteisterd wordt.

Jeremia is behoorlijk moedeloos, lees de verzen ervoor maar eens. (Klaagliederen 1-3:19)
Zijn gedachten blijven maar rondcirkelen rond de vernietiging van Jeruzalem en de ondergang van zijn volk.
Steeds opnieuw komen deze dingen terug in Zijn gedachten.
Zo vaak en zo erg, dat hij er moedeloos van wordt.
Maar in zijn diepste ellende ziet hij op wie God is.

Hij richt zich op de Schepper van het leven, en bedenk dat het een geschenk van de HEER is dat ze nog in leven zijn; God had hen ook totaal kunnen vernietigen.
Hij ziet de liefde van God en bedenk zich dat Gods liefde nooit ophoudt, dat ze iedere morgen nieuw is.
Hij richt zich op Gods trouw en bedenk zich dat hij Hem toebehoort en dat hij daarom hoop kan blijven houden.
God is immers goed voor wie Hem zoekt.

Voor vandaag de dag is alles nog steeds hetzelfde.
God is een eeuwige en onveranderlijke God.
Het is nog steeds door Zijn genade dat wij leven.
En nog steeds is Zijn liefde iedere morgen nieuw.
Nog steeds is Hij trouw.
Nog steeds is Hij goed voor een ieder die Hem zoekt en naar Hem uitkijkt.
God is een God die ons, door wie Hij is, vult met hoop.
Hoop in de diepste ellende, in de diepste moedeloosheid, in de diepste misère.






HEER, als ik bedenk hoe groot en indrukwekkend U bent, dan kan ik niet om Uw grote liefde en trouw heen.
Bij monde van Uw profeet Jeremia, laat U ons zien dat U een God bent van genade, van liefde, van trouw en dus ook de God van hoop bent.
Misschien moeten we soms even wachten, maar U bent wie U zegt dat U bent en U doet wat U zegt dat U doet.
Dank U, Vader, voor Uw grote trouw en liefde, voor Uw genade.
Dank U, dat U onveranderlijk bent en dat Uw woorden van toen ook gelden voor nu.
U bent de God die hoop geeft door wie U bent, door wat U doet en door wat U gedaan heeft.
Aan U alle lof, glorie en eer!

- Amen -

donderdag 17 januari 2013

Gods volmaakte plannen

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (17)

Het bloed aan de deurpost is een teken dat jullie huizen beschermt.
Elk huis met dat teken zal Ik voorbijgaan.
Zo blijven jullie gespaard voor de dodelijke plaag waarmee Ik Egypte zal treffen.

Exodus 12:13

Na vol ontzag stilgestaan te hebben bij alle plagen die God over Egypte had uitgegoten en weer had gestopt, bleef er één plaag over die niet teruggedraaid kon worden.
(al geloof ik met heel mijn hart, dat God het wel had gekund, als Hij het had gewild)

Wat mij vult met ontzag en eerbied, is hoe God alles tot in detail klaar had om Zijn volk te redden en naar het beloofde land te brengen; en hoe in deze redding een vooruitblik ligt naar de redding van alle mensen.

Als Mozes na de negende plaag bij de Faro komt, is dit tevens de laatste keer dat hij er komt.
De Farao vertelt hem dat hij het met de dood zal bekopen als hij ooit nog eens komt, maar Mozes vertelt de Farao wat God hem gezegd had te zeggen, namelijk dat dit ook de laatste keer was dat de Farao hem zou zien, omdat God tegen middernacht door Egypte zou trekken en iedere oudste zoon in  het land zou doden.
De oudste zoon van de farao, de oudste zoon van de slavin, ja, zelfs alle eerstgeborenen van het vee zou sterven.
Maar de Israëlieten zouden geen gevaar lopen, noch hun vee.
Alle hofdienaren zouden hem zelfs op hun knieën smeken om te vertrekken met het volk.
En dan zullen ze gaan.

God zorgde er echter voor dat het hart van de Farao verhard en onverzettelijk bleef.
Nog één keer zou Hij hem straffen en dan zou de farao hen laten gaan.

Sommige dingen zijn in onze menselijke ogen zo onbegrijpelijk, dan moeten we ons zelf echt voorhouden dat Gods gedachten en wegen hoger zijn dan die van ons.
Dat Hij Degene is die harten doorgrond, het diepste wat een mens beweegt en van daaruit ook handelt.

Het is hier dat het paasfeest wordt ingesteld.
God vertelt Mozes wat er zal gaan gebeuren, maar ook wat de Israëlieten moeten doen om op tijd klaar te zijn voor het vertrek, maar ook om te voorkomen dat de dodelijke plaag hen zou treffen.

Lees: Exodus 12

God had Zijn plan klaar tot in detail.
Hij wilde ook dat dit steeds opnieuw herdacht zou worden.
Onschuldig bloed werd vergoten, een lam werd geofferd, ter vervanging van de persoon die anders gedood zou worden.
Het bloed van het lam moest aan de deurposten gestreken worden, zo zou de Engel des doods hun huizen voorbij gaan.
Het bloed van het lam zou hen beschermen.
Dit alles wijst vooruit naar het bloed Christus, van Het Lam van God, dat Zijn bloed gaf voor de zonden van alle mensen.

Gods plan van bevrijding, van verlossing, van redding, zowel van de Israëlieten, als van ons lag allang klaar, was tot in detail uitgedacht, opdat wij allen gered zouden worden.
Hoe groot is Hij!

Ja, hoe groot bent U!






Ja, Vader, hoe groot bent U!
Woorden schieten te kort om Uw grootheid weer te geven of uit te drukken.
Woorden schieten te kort om Uw grote Naam te loven en te prijzen.
Dank U, dat U bent wie U zegt dat U bent en dat U ook kunt doen wat U zegt dat U kunt doen.
Geen loze woorden, geen loze beloften.
Waarheid, trouw, gerechtigheid en liefde, U bent het allemaal, en nog meer.
Ik aanbid U.

- Amen -

woensdag 16 januari 2013

In control

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (16)

Maar de Heer zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’

Exodus 6:1

Ik zei het gister al, de lofzang van Mozes staat alleen in het teken van de wonderen bij de Rietzee, maar voordat de Israëlieten uit Egypte mochten vertrekken, heeft God vele andere wonderen en tekenen gedaan.

Al bij de brandende braamstruik krijgt Mozes van God de eerste drie wonderen en tekenen om het de Israëlieten zelf te overtuigen van Gods opdracht aan Mozes.
De staf, die in een slang verandert; de hand die melaats wordt als Mozes hem in zijn mantel steekt, en weer gezond is als hij het nogmaals doet, en het water dat in bloed verandert zodra het de grond raakt.

Na het onderhoud met de oudsten Israël, gaan Mozes en Aäron voor de eerste keer naar de farao.
Maar hun verzoek leidt echter alleen maar tot een hardere aanpak naar de Israëlieten toe.
De Farao heeft totaal geen boodschap aan de God van Israël.
Mozes begrijpt er niet veel van zoals het gaat, maar God zegt tegen hem: ‘Je zult nu zien wat Ik met de farao ga doen.
Ik ga hard tegen hem optreden en hij zal Mijn volk laten gaan.
Hij zal zelfs geen andere uitweg zien dan hen uit zijn land weg te jagen.’
God wil dat de Farao en de Egyptenaren (en later zal blijken zelfs nog vele andere volken) zullen weten dat Hij de God van Israël is.

Bij het tweede bezoek doen Mozes en Aäron wat God heeft gezegd en als Aáron zijn stok op de grond gooit verandert deze in een slang.
De magiërs van de Farao kunnen dit echter ook en al gauw krioelen er allemaal slangen op de grond.
Maar de stok van Aäron verslond de andere slangen.
Maar de Farao bleef onverzettelijk en dacht er niet aan om de Israëlieten te laten gaan.

God had tegen Mozes al gezegd, dat Hij het hart van de Farao zou verharden, zodat hij het volk niet zou laten gaan.
Er zou veel, heel veel voor nodig zijn, voordat het zover was.
Ik noem verder alleen even de tien plagen die God over Egypte uitstortte, om de Farao zover te brengen dat Hij de Israëlieten zou laten gaan.
Er staat nog zoveel meer in al deze hoofdstukken die wijzen op hoe groot en indrukwekkend Hij is, dat het voor nu te veel is.

De eerste plaag: water verandert in bloed.
De tweede plaag: kikkers.
De derde plaag: muggen.
De vierde plaag: steekvliegen.
De vijfde plaag: veepest.
De zesde plaag: zweren.
De zevende plaag: hagel.
De achtste plaag: sprinkhanen.
De negende plaag: duisternis.
De tiende plaag: dood van alle eerstgeborenen.

Al deze plagen zond God over de Egyptenaren en iedere keer zei de Farao dat hij de Israëlieten zou laten gaan, maar als de plagen weer weg waren trok hij zijn woorden weer in.

In Exodus 3 t/m 11 kun je alles hier over lezen.

God was het die al deze dingen deed komen en weer deed gaan; op de laatste plaag na.
Die kon niet worden teruggedraaid.
Maar daarover de volgende keer.







Heer, hoe groot en indrukwekkend bent U!
Als ik al deze dingen lees en overdenk, dan word ik stil.
Geen enkel ogenblik bent U niet in controle.
Alles gebeurt precies volgens Uw plan.
Hoe onbeschrijflijk groot bent U; in heiligheid, in Uw denken en handelen, maar ook in Uw liefde, in geduld, in Uw bewogenheid.
U zei tegen Mozes: ‘Je zult nu zien wat Ik ga doen’; ik mocht het lezen en overzien, maar Uw wijsheid, Uw grootheid in al deze dingen gaat mijn verstand te boven.
U bent God, U bent JAWEH, en ik prijs vol eerbied en ontzag Uw grote Naam.

- Amen -

dinsdag 15 januari 2013

2e Oma-dag

Vandaag was mijn tweede oma-dag en mijn lieve, kleindochter was een beetje moe vandaag.
Ze lag er vanmorgen dan alweer bijtijds in, en sliep 2 uur lang.
Te moe voor het fruithapje, maar na het slaapje wakker en uitgerust genoeg om twee boterhammetjes naar binnen te werken.

Wat ze vorige week nog niet deed maar vandaag tot vervelends toe, is: Tandenknarsen!
Help!
Madammeke heeft net vier tandjes, maar ze gebruikt voor meer dingen dan alleen eten.
Wat een vervelend geluid.
Brr, de rillingen liepen me af en toe over de rug en zij maar lachen.
Och, het is toch ook zo'n heerlijk kind.

Ze is ook gek op onze Jaylinn en vandaag hebben we dan ook geod geoefend om Jaylinn te zeggen, en ik moet zeggen, de klanken gingen aardig die kant op en ze zei het ook alleen terwijl ze naar Jaylinn keek of wees.
Zo schattig, en het klnk zo lief ...

Natuurlijk ook weer even samen buiten geweest.
Goed ingepakt tegen de kou, gingen we Jaylinn even uitlaten.
en dat was wel lachen, want, wat is zij gek op de sneeuw.
Tante Rachelle was lekker vroeg thuis, dus die wilde natuurlijk toch ook nog wel even met je spelen en al gauw lagen jullie samen op de grond te rollenbollen.
Het feit dat wij vloerbedekking hebben en jij thuis een gladde vloer (weet zo gauw niet meer hoe dat heet, hoor) maak voor jou niet uit, je kruipt er rustig op los.

Het warme eten was vandaag niet aan je besteed, hi, hi.
Wat griezelde je van de 'biologische spinazie à la creme'.
(als er een smliey opgezeten had, had ik die nu erbij gezet)
Dan maar geen warm eten.
Je heb trouwen genoeg spek aan je kontje, dus zo erg is het niet.

Je papa vertelde later dat je thuis de spinazie van mama wel at, nou, dan moet ze die voortaan maar maken, niet waar?

Het was weer een heerlijk dagje, zo samen met mijn kleine meidje samen.
Wat is en blijft het een wonder, zo'n klein mensenkind.

Ps. Natuurlijk doe ik ook verwoede pogingen om haar oma en opa te laten zeggen, maar tot nu toe eindigt dat altijd steevast in papa en mama.
Maar, we hebben geduld ...

Niemand is aan U gelijk

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is … (15)

Niemand is aan U gelijk
Wie van de goden, Heer, is aan U gelijk?
Wie is als U, ontzagwekkend en heilig?
Wie doet zulke machtige wonderen, zoveel indrukwekkende daden?

Exodus 15:11

Samen met de Israëlieten zong Mozes een lofgezang tot God, nadat Hij hen bevrijd had van de Egyptenaren (Exodus 15:1-18)
Uit dit lied komen deze woorden.

God had zulke grote wonderen gedaan.
In deze lofzang bezingt Mozes alleen nog maar de wonderen bij de Rietzee.

Vers 8 - Door de adem van Uw neus is het water opgehoopt, de stromen stonden als een dam, de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee.
Als Mozes zijn arm uitstrekt over de zee, stuurt God een sterke oostenwind die de gehele nacht bleef waaien zodat het water uiteen week en de Israëlieten droogvoets naar de overkant konden.
Het water aan weerszijden van het pad stond als muren omhoog.
(Exodus 14:15,16, 21,22)

Vers 10 – Maar U, U blies en de zee overspoelde hen, als lood zonken zij in het donkere water.
De Egyptenaren die hen achtervolgden zagen het pad en gingen hen achterna.
Echter, als zij zich in het midden van de zee op het pad bevinden, zorgt God ervoor dat er paniek ontstaat door de wielen van de wagens in de modder vast te laten lopen.
Op dat moment beseffen de Egyptenaren dat de God van Israël voor de Israëlieten strijd en ze willen vluchten; maar het is te laat.
Mozes strekt opnieuw op bevel van God zijn arm uit en het water stroomde naar haar oorspronkelijke plaats terug en overspoelden de Egyptenaren.
Iedereen verdronk, niemand werd gespaard.
(Exodus 14:23-29)

Al wat Mozes hoefde te doen, was zijn arm uitstrekken en zijn staf  uitsteken over de zee en God deed de rest.
God streed voor Zijn volk en vernietigde de vijanden van Zijn geliefde volk.

Als je de gedeelten lees uit Exodus 14:1-4, dan zie je hoe God alles van te voren al had uitgedacht en wist hoe de Egyptenaren zouden reageren, wat ze zouden doen.
Hij bewerkte hun harten zodat precies zou gebeuren zoals Hij had voorzegd.
Dit alles opdat Zijn roem, Zijn heerlijkheid gezien zou worden door de Egyptenaren, en zij zouden weten dat Hij de HEER is.

En Mozes kan niet anders dan samen met de Israëlieten een lofzang zingen, waarin de grootheid van God wordt bezongen.
Want niemand is aan Hem gelijk.
Niemand doet zulke machtige wonderen en indrukwekkende daden!

‘Zingen wil ik voor de Heer,
want groot is Hij en machtig:
paard en ruiter wierp Hij in de zee.
De Heer geeft mij sterkte en kracht,
Hij is mijn behoud.
Hij is mijn God,
de God van mijn vader,
Hem bewonder ik,
Hem bewijs ik eer.
Een held in de strijd,
de HEER is Zijn Naam.’

Exodus 15:1-3

                                                          The Brooklyn Tabernacle Choir

Helaas kloppen beeld en geluid aan het eind niet helemaal,
maar sluit je ogen en laat je meenemen in de aanbidding 
tot dicht bij Zijn troon.
 


maandag 14 januari 2013

Ik buig en kniel voor U

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is …   (14)

Mijn God, doorgrond mij,
kijk in mijn hart,
onderzoek mij,
peil mijn gedachten.
Dreig ik van U af te dwalen,
breng mij dan terug op de weg naar U.

Psalm 139:23,24

Er is Iemand  voor wie niets verborgen is.
Voor wie geen enkel hart ook maar iets kan verbergen.
Voor wie geen gedachte onbekend is.

Iemand die je zo door en door kent; je zo kent zoals je jezelf soms niet eens kent.
Die weet heeft van hetgeen ten diepste in je leeft, wat er ten grondslag ligt aan wat je wel of niet doet, en het waarom.
Je motieven kent, je intentie, je gevoelens, je hartsgesteldheid.
En Die dan ook nog bereid is om je, als je je op de verkeerde weg bevindt, terug te leiden op de juiste weg, als je Hem daarom vraagt.

Dit ontdekken, tot deze ontdekking komen, maakt je klein, heel klein, en stil.
Het doet je beseffen hoe oneindig groot Hij is en hoe indrukwekkend Zijn daden.

God, Jaweh, Adonai, El Elohim …

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid eren.

U doorgrond mijn hart,
U ziet mijn wegen.
U kent al mijn gedachten,
de woorden,
die ik voor U hield verzwegen

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Niets kan ik voor U verbergen,
nergens kan ik U ontlopen.
U ziet mij,
al zou ik in het donkerste hoekje
zijn weggekropen.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

U weefde mij, schiep mij,
zag mijn vormeloos begin.
Uw gedachten
zijn talrijk en kostbaar;
geven mijn leven zin.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
Uw grootheid wil ik eren.

Laat mij nimmer vergeten
hoe groot en machtig U bent.
En dat U,
Die grote G’D en HEER,
mij bij name kent.

Ik buig en kniel voor U,
o HEER der Heren.
U wil ik aanbidden,
en Uw grootheid eren.
 
                                                         Heer die mij ziet zoals ik ben.
                                       The Psalmproject
 

zondag 13 januari 2013

Wonderlijk gemaakt

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de Heer is ...   (13)

U weefde mij in de schoot van mijn moeder,
U deed mij ontstaan.
Ik dank U, want het is een wonder zoals ik ben gemaakt.
Alles wat U maakt is een wonder.
Dat besef ik heel goed.
Ik was voor U niet verborgen toen ik in dat duister groeide,
als in het binnenste van de aarde.
U zag mij toen ik nog geen vorm had,
en mijn dagen waren al vastgesteld,
al geschreven in Uw boek,
voor er één enkele was aangebroken.
Daarom, hoe kostbaar zijn mij Uw gedachten, o God,
hoe machtig groot is hun aantal.
Zou ik ze tellen? Zij zijn talrijker dan korrels zand;
ontwaak ik, dan ben ik nog bij U.

Psalm 139:13-18

Als ik dan terugdenk aan mijn eigen kleine kindje dat na een zwangerschap van elf weken ter wereld kwam en hoe prachtig hij/zij was; 5 cm groot, maar al zover in ontwikkeling.
Het lichaampje met armpjes en beentjes en de contouren van de handjes en de voetjes.
De donkere vlekken waren de oogjes in ontwikkeling waren, de plek waar de oortjes zouden komen, het neusje, mondje …
Zo piep en piep klein en toch al zo’n echt mensje …
Zo mooi, zo bijzonder, zo'n klein wondertje ...

Nieuw leven, ontstaan uit twee mensen, groeiend in het donker en verborgene van de moederschoot, waar het zich ontwikkelt en uitgroeit tot een meisje of een jongetje totdat het klaar is (als alles goed gaat) om geboren te worden.
Welk een wonder zoals U dat maakt!

Welk een wonder zoals U mij gemaakt heeft in de schoot van mijn moeder.
U zag mij toen ik daar groeide in het donker en het verborgene.
U zag mij al toen ik nog geen enkele vorm had; in menselijke bewoordingen, nog niets anders was dan een hoopje cellen.
U zag mij al nog voor mijn moeder ook maar wist dat ik zou komen.
U wist al dat wie ik was, wanneer ik geboren zou worden en hoe mijn leven zou zijn;
al mijn dagen zijn opgeschreven in Uw boek nog voor ik er zelfs maar één op aarde had doorgebracht.
Uw oog was op mij!
Uw ogen zagen mij!
Uw hand vormde en schiep.
Als een waar kunstwerk maakte U mij.
U heeft mij gewild, U blies mij de levensadem in.
Daarom is mijn leven kostbaar, daarom heeft mijn leven betekenis.
Welk een wonder …
Welk een wonder …
Ja, ik weet het zeer goed; alles wat U gemaakt heeft is een wonder!

Daarom betekenen Uw gedachten veel voor mij.
Hoe U over mij denkt, mij ziet.
Al begrijp ik er nog maar zo bitter weinig van, kan ik er niet bij, toch zijn zijn mij kostbaar, want ik weet dat Uw gedachten over mij gedachten zijn van vrede en niet van onheil.
Uw Gedachten zijn onbeschrijflijk veel groter en hoger dan ik me maar voor kan stellen, en in ademloze stilte zie ik en wacht ik ...

Dit zegt de Heer: ‘Ik heb je vrijgekocht, je gevormd in de moederschoot.
Ik ben de Heer, Ik heb alles gemaakt.
Ik spande de hemel als een tent, Ik zette de aarde vast, niemand hielp Mij daarbij.
Jesaja 44:24

Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.
Jeremia 29:11

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen,
spreekt de HEERE.
Want zoals de hemel hoger is dan de aarde,
zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen
en Mijn gedachten dan uw gedachten.
Jesaja 55:8,9


U weefde mij
in mijn
moeders ' schoot.

U zag mij reeds
toen het duister
mij nog omsloot.

Uw ogen zagen
mijn vormeloos
begin.

U wilde mij,
daarom heeft
mijn leven zin.

Al de dagen
van mijn leven
waren reeds vastgesteld
en in Uw boek
geschreven.

Zoals ik gemaakt ben
is één groot
wonder.

Dat te beseffen
is zo oneindig
bijzonder.

O Heer,
hoe kostbaar
zijn mij Uw
gedachten.
Ongrijpbaar,
al zou ik het
trachten.

Vanaf
het allereerste begin
bent U mijn Maker.
Vanaf
het allereerste begin
ben ik de klei.
Vanaf
het allereerste begin
verdient U alle eer.
Vanaf
het allereerste begin
zingt heel de schepping:

" Hoe groot zijt Gij !"

(* Reeds eerder geschreven; zie ‘Words of my Heart’ of ‘Rondom de Psalmen')