dinsdag 31 december 2013

How great Thou art - Hoe groot zijt Gij!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (99) 


O Lord my God, When I in awesome wonder,
Consider all the worlds Thy Hands have made;
I see the stars, I hear the rolling thunder,
Thy pow'r thru'out the universe displayed.

Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art.
Then sings my soul, My Saviour God, to Thee,
How great Thou art, How great Thou art!

And when I think, that God, His Son not sparing;
Sent Him to die, I scarce can take it in;
That on the Cross, my burden gladly bearing,
He bled and died to take away my sin.

When Christ shall come, with shout of acclamation,
And take me home, what joy shall fill my heart.
Then I shall bow, in humble adoration,
And then proclaim: "My God, how great Thou art!"

De laatste dag van het jaar is aangebroken.
Het vuurwerk knalt aan alle kanten, terwijl het bovenstaande nummer zachtjes klinkt op mijn laptop.
Eén van mijn favoriete songs, waarbij mijn hart zich vult met blijdschap en mijn gezicht als van zelf lijkt te gaan stralen zodra ik de woorden meezing.
(en dan maakt het niet uit of het in het Nederlands is of in het Engels)
Het kan ook eigenlijk niet anders, want laten we eerlijk zijn, als we toch kijken naar wie God is, naar wat Hij heeft gedaan en naar wat Hij nog zal gaan doen, dat hebben we als Zijn kinderen toch het meest fantastische vooruitzicht!

Dit lied doet mij even alle moeiten en zorgen vergeten doordat het zich zo richt op de grootheid van God.
Het wendt mijn blik af van alles wat er speelt in mijn/ons leven, alles wat er gebeurt, alle onzekerheden en het tilt mij als het ware op en brengt mij boven alle omstandigheden, in een soort laag tussen hemel en aarde waar alleen Hij en ik zijn en verder even niets anders.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Zodra ik de woorden begin te zingen ‘O, Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht. Het sterrenlicht, het rollen van donder,
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht’, is het alsof mijn ziel wordt opgetild en ik kom in Zijn tegenwoordigheid vol liefde en vrede.
Ik weet niet hoe ik het anders zou moeten omschrijven.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!

Alles alleen maar mogelijk door het volbrachte werk van de Here Jezus.
Nauwelijks te bevatten dat God Zijn eigen Zoon gaf om te sterven voor mijn zonden.
Dat Jezus, geheel vrijwillig, aan het kruis mijn zonden op Zich nam en stierf voor mij.
Zijn bloed vloeide opdat ik gered zal zijn.
Zijn bloed vloeide opdat ik straks met Hem mee mag, Zijn heerlijkheid in.

How great Thou art – Hoe groot zijt Gij!
Ja, HEER, hoe groot zijt Gij!

In gedachten kniel ik uit volle eerbied voor Hem neer en mijn hart stroomt over van liefde en dankbaarheid voor Hem, die mijn Koning is en mijn HEER.



zondag 29 december 2013

Vraagteken(s) ...

Het oude jaar is bijna om; nog slechts een paar dagen en we zitten in het jaar 2014.
Het afgelopen jaar heeft voor mij in het teken gestaan van hoe groot en indrukwekkend God is.
Ik heb daarover minder geschreven dan ik gedacht/gewild had, maar in mijn gedachten stond het praktisch dagelijks centraal.
Ik had alleen niet iedere keer de woorden of de tijd om te schrijven.
Toch zal dit woord uit Nehemia (4:8) mijn leidraad blijven ook voor het komende jaar en voor alle jaren die mij nog gegeven worden.
Dat is ook echt mijn gebed, dat wat de toekomst ook brengt, ik daar naar zal blijven kijken, want dan zal ik altijd zien en weten, dat Hij alles in de hand heeft, en houdt, tot in alle eeuwigheid.

Een nieuw thema heb ik (nog) niet voor het komende jaar, maar dat kan zo veranderen.
Er zijn echter twee woorden die wel door mijn hoofd blijven gaan ‘Verwachten’ en ‘Dankbaarheid’.
Verwachten na aanleiding van het thema van onze Kerstavond voor Vrouwen en dankbaarheid na aanleiding van een stukje op het blog van Elena (A greatfull heart )

Deze beide woorden laten mij niet los, maar iets concreets heb ik ook nog niet.
Net zo min ik iets nieuws heb als opvolger van de kalender van Beth Moore.
Ik heb wel een nieuwe kalender gekocht, die van Sestra(Vrouw): ‘Mijn moment met God’.
Qua vormgeving al een prachtige kalender om te zien, maar ik heb er nog geen gevoel bij van: ja, dit is het, dit ga ik weer doen.
Aan de andere kant merk ik dat, sinds de kalender van Beth Moore was afgelopen, ik iets heel erg mis.
De tijd werd automatisch opgeslokt en ingevuld, maar nu met heel andere dingen.
De rust was goed, maar aan de andere kant merkt ik dat er een steeds grotere leegte komt.
Die één/twee dagen die ik hiervoor vrijhield, hoe moeilijk het soms ook was, brachten mij heel dicht bij God, en Zijn woord verankerde zich dieper en dieper in mij en dat is wat ik nu duidelijk mis.
Misschien moet ik maar gewoon met iets beginnen en zien waar God mij brengt.
Ogen dicht en gaan in het geloof en vertrouwen dat Hij mij leidt …
Verwachten, van Hem; dankend, voor wat Hij gaat doen.

Op dezelfde manier als ‘Dicht bij U’ of ‘In rust met U’, of…?
Ik weet het dit keer echt niet.
Ik ben ook moe, heel erg moe van allerlei dingen die gebeur(d)en en spelen in ons leven.
En alles in mij verlangt naar die ene dag (of twee wanneer nodig) waarin ik alles aan de kant zette om bezig te zijn met Hem en met zijn woord.
De rust en vrede die daar van uitgaat is binnen handbereik, maar alleen te pakken als ik het ga doen.
Mijn hoofd is echter blank, leeg, en ik heb geen idee waar te beginnen.
Toch met de kalender ‘Mijn moment met God’?
Daar gewoon beginnen en gewoon maar afwachten, zien waar God mij brengt, waarheen Hij mij leidt?
Oef, dat is een lastige voor mij, ik kan niet zo goed tegen onzekerheden; ik weet graag waar ik aan toe ben, in ieder geval in grote lijnen.
Ik ben ook een beetje huiverig voor wat ik allemaal tegen zal gaan komen in deze kalender.
Het was echt niet altijd even makkelijk met de kalender van Beth Moore; er hebben soms heel wat traantjes gevloeid omdat ik het maar niet kon ‘pakken’.
Aan de andere kant biedt deze kalender me juist de mogelijkheid om dagelijks dieper na te denken over een gedeelte uit Gods woord, zoveel extra’s wordt erbij gegeven, waardoor het uiteindelijk alleen maar meer verrijking brengt.

Al met al nadert het nieuwe jaar met rasse schreden en lijk ik me op dit moment te bevinden in een stuk niemandsland, een stuk leegte/vacuüm zonder concreet vooruitzicht of doel, maar waarin mij toch het gevoel bekruip dat zegt, dat God wacht tot ik dit van mij afgooi/er onder vandaan kruip/opsta en aan Zijn hand verder ga, het nieuwe jaar in.

Misschien een goed moment om nu even m'n hondje uit te laten …

woensdag 25 december 2013

Mag Hij jouw Redder zijn?

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons

Jezus
Vredevorst
Komt allen tot Hem
die vermoeid
en belast zijn

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons

Jezus
Mensenzoon
werd ons in alles gelijk
kent als geen ander
onze nood
onze pijn

Jezus
Zoon van God
Immanuël
God is met ons
Jezus
Lam van God
Verlosser en Heer
Mag Hij ook 
jouw Redder zijn?

maandag 23 december 2013

Groeien naar het (L)licht

In de hoek van onze kamer staat onze staande schemerlamp met daar onder een hangplantje.
Hij is wat armetierig, want hij niet echt de kans krijgt om te groeien; onze poes vindt hem namelijk best lekker.
Maar goed, dat geeft niet, want dat zijn dingen die erbij horen als je huisdieren hebt.
Wat mij echter trof, was het beeld van hoe die takjes eerst naar het licht toe groeien en dan pas buigen en gaan hangen.
’s Zomers, als de lampen bijna  niet branden zie je dit niet gebeuren, maar nu de lampen al vroeg aan zijn, is dit het beeld wat ik zie.

Het deed mij ook terugdenken aan de tijd dat onze achterburen nog een pergola hadden; daar groeide een klimop tegenaan en zelfs er helemaal overheen.
Maar op de hoek buiten de tuin, die aan de straat grenst, staat een lantaarnpaal.
En ieder jaar, tenminste al de jaren dat de pergola er stond, groeide een aantal takjes van de klimop in de zomer naar de lantaarnpaal en slingerde zich erom helemaal omheen.
Dichter en dichter naar het licht.
Hij omklemde als het ware gewoon deze lantaarnpaal om maar zo dicht mogelijk bij het licht te komen.

En nu, een paar dagen geleden, zag ik dat mijn kleine hangplantje zich ook uitstrekte naar het licht van de lamp.
Hoe symbolisch eigenlijk, welk een voorbeeld ligt hierin.
Welk een verlangen spreekt hier uit.

Als ik dit zie, gaan mijn gedachten gelijk naar de Here Jezus, die het Licht van de wereld is, en die er zo naar verlangt dat wij ons zo uit zullen strekken naar Hem, als deze plantjes naar die lampen.
De klimop klom omhoog en klemde zich vast; het hangplantje klimt eerst omhoog en gaat daarna naar beneden hangen.
Maar in beiden is zo’n mooi beeld.
In mijn hart klem in mij vast aan Jezus; ik mag groeien in Zijn Licht, maar er komt een moment, dat ik in Zijn Licht verder mag gaan en uit delen van wat Hij mij gegeven heeft, geleerd heeft.
Uitdelen, ook uit dankbaarheid om wat Hij heeft gedaan.

En zo, telkens als ik mijn plantje zie, dat kleine takje of een paar, uitgestrekt naar het licht van de lamp, gaan mijn gedachten naar Jezus, naar Het Licht van de wereld en wordt mijn hart warm van vreugde als ik denk aan Hem, aan Zijn Licht en ik word getrokken om ook in Zijn Licht te groeien en te bloeien tot Zijn eer.

zondag 22 december 2013

Mijn vrede geef Ik je!


Heer,
Uw woord klinkt:
Mijn vrede laat Ik achter,
Mijn vrede geef Ik je.
Een heel andere vrede
dan die de wereld biedt.
Een vrede,
die alle verstand te boven gaat.
Een vrede,
die alleen Ik kan geven,
omdat Ik de Vredevorst ben.
Houdt dit toch voor ogen
iedere dag opnieuw.
En als je onrustig bent of vermoeid,
verdrietig of bezorgd,
of als je de moed dreigt te verliezen,
zie dan op Mij!
Roep Mij aan,
zoek Mij op;
kom bij Mij!
Maak je niet ongerust
en verlies de moed niet,
want ook al krijgen jullie het
in de wereld zwaar te verduren,
Ik heb de wereld overwonnen!
Ik, de Vredevorst,
geef jou Mijn vrede.
Kom bij Mij,
en ontvang mijn vrede.

Naar: Johannes 14:27

zaterdag 21 december 2013

Dienen en geven

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (98)

… zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

Mattheüs 20:28


Nog slechts een paar dagen en bijna wereldwijd wordt het kerstfeest gevierd.
De etalages, de huizen, zowel binnen als buiten, zijn rijkelijk, soms zeer rijkelijk, versierd.
In vele huizen staat de kerstboom al een paar weken en de tuincentra’s doen goede zaken met weer nieuwe en nog mooiere kerstversieringen.
Je kunt het zo gek nog niet bedenken of het is er.
De folders die je in deze dagen door de deur krijgt, staan overvol met delicatessen, het één nog luxer dan het ander.
En menig recept komt ook voorbij deze dagen; je hoeft je haast niet af te vragen wat je wilt gaan eten, want ideeën zijn er genoeg.
Mensen nodigen elkaar uit, want laten we eerlijk zijn, kerst is immers ook een ‘familiefeest’.

Tja, …
Ook dit jaar vraag ik me af wat de Here Jezus hier Zelf nu van zal denken als Hij dit allemaal zo aanziet.
Hoe schril is het contrast met de stal en de kribbe!
Er was voor Hem geen plaats in de herberg, iemand had alleen nog een lege stal over, die mochten zijn ‘vader’ en moeder wel gebruiken.
Geen mooie, luxe wieg, maar een voerbak voor de dieren werd Zijn eerste bed.
En slechts een paar doeken werden Zijn eerste kleren.

Hoe vreemd is het eigenlijk ook dat dit zo uitbundig wordt gevierd, en dat het Paasfeest niet meer is dan een paar vrije dagen?
Velen weten immers niet eens meer wat het Paasfeest eigenlijk inhoudt.
Al vraag ik me af, als ik zo om me heen kijk, of mensen ook nog wel weten waar het met Kerst om draait.

Want het is meer dan het kindje in de kribbe.
Het is meer dan de herders in het veld, het engelenkoor in de lucht, en het snel naar Bethlehem gaan om te knielen bij de kribbe.
Het is meer dan de ster, die de wijzen uit het Oosten vertelde van de Koning die was geboren.
Het is meer, omdat wij weten mogen, dat dit Kindje in de kribbe, kwam om te dienen en Zijn leven te geven om ons te redden.
Hij verruilde de heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader, voor een wereld die verloren is in schuld.

Hij kwam niet om als een vorst op aarde te leven, Hij kwam om aan ons mensen gelijk te worden.
Ja, nog meer, Hij nam de gestalte van een dienstknecht aan.
Hij waste de voeten van Zijn discipelen, een karweitje van de laagste bediende.
Hij stierf aan het vloekhout zodat wij gered kunnen worden en voor eeuwig met Hem kunnen leven in een wereld waar geen pijn en verdriet meer zal zijn, geen rouw, geen tranen, geen dood.

Achter de kribbe staat levensgroot het kruis.
Hij kwam om Zijn leven, Zijn ziel te geven voor jou en mij.
Wat blijft er over van onze Kerst, als we alles van deze tijd weghalen?
Wat houden we nog over als we de lampjes, de kaarsen, het lekkere eten, de versieringen, alle entourage, weghalen.


Wat doet het ons, als alleen nog de kribbe overblijft?
Zien we dan pas weer het kruis, of konden het kruis toch nog zien ondanks alle bergen versiering en eten?

En zien we hierin nog hoe indrukwekkend groot onze God is, dat Hij dit allemaal, tot in de puntjes, ja, tot in perfectie heeft geregeld.
Elk onderdeel, elk detail.
Van Adam en Eva tot Abraham en Sarah, van koning David tot Ruth en Boaz, van Zacharias, Elisabeth en Johannes tot Jozef en Maria.

Hoe groot is God voor ons deze kerst?

donderdag 19 december 2013

maandag 16 december 2013

Verwachten

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (97)

Verwachten
Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?

Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?

En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?

En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?

Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.

Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.

Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.

Voor de jaarlijkse Kerstavond voor Vrouwen in onze gemeente had ik dit bovenstaande gedicht geschreven.
De voorbereidingen dit jaar voor deze avond gingen niet echt van een leien dakje; we hebben heel wat af gepraat, gedacht en gebeden.
Ook met het gedicht wist ik in eerste instantie totaal niet welke kant ik op moest gaan.
Verwachten, het thema lijkt zo simpel, maar om er handen en voeten aan te geven was duidelijk lastiger en veel moeilijker dan ik ooit had gedacht.
Het heeft me heel wat slapeloze uren gekost.
Maar het was ook in deze slapeloze uren, toen ik uit frustratie maar naar beneden was gegaan voor een beker warme melk, dat God mij ineens de richting wees voor het gedicht en mij deze namen in gedachten gaf.
En met deze namen, het zien naar hun leven en de vragen die in mij opkwamen, raakte ik opnieuw onder de indruk van de grootheid van God.

Want al zondigde Adam en Eva, door te luisteren naar de slang en te eten van de Boom van Goed en Kwaad, God redde hen (en daarmee ons) door hen te verbannen uit het Paradijs, zodat zij niet konden eten van de Boom des Levens.
Denk je eens in hoe dat geweest zou zijn!
Voor eeuwig leven hierop aarde, omgeven door ziekte, pijn, verdriet, moeiten, zorgen, dood, zonder uitzicht op ooit wat anders!
En God redde hen en ons niet alleen hiervan, Hij gaf hun ook nog de belofte dat er Iemand zou komen om alles wat zo fout was gelopen, weer in orde te maken.
Te midden van alle ellende die was voortgekomen uit hun keuze, was God daar en gaf hen toch nieuwe hoop, nieuwe verwachting.

En Abraham?
Hij en Sara zullen niet hebben verwacht dat ze zolang zouden moeten wachten op de door God beloofde zoon, en Abraham zal zeker niet hebben verwacht dat God hem vervolgens ook nog eens zou vragen om diezelfde zoon te offeren.
Wat hebben ze niet geprobeerd om Gods belofte aan hen zelf te vervullen?
Hagar, Ismaël …
En toch, God vergaf en volvoerde Zijn plan, ondanks ongeduld, ondanks zelf invullen, ondanks ongeloof.

En dan die jonge jongen, David, door zijn vader vergeten toen Samuël kwam en vroeg naar zijn zoons.
Een simpele herdersjongen die op jonge leeftijd al tot koning werd gezalfd, maar die door heel wat heen moest voordat hij die troon kon betreden.
Goliath, Saul, Akis, Siklag, Jonathan, Mikal, Bathseba, Uria, Nathan, Absalon, …
Een jongen die man werd, mens was als jij en ik, maar die God noemde een ‘Man naar Mijn hart’ en uit wiens geslacht God de Redder van de wereld deed voortkomen.

Maria, nog een jong meisje, verloofd, maar met een hart dat volledig aan God was toegewijd: ‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.’
Ze besefte een gezegende vrouw te zijn door God uitgekozen om de moeder te worden van de Redder van de wereld, maar welk een pijn en verdriet zal zij als moeder niet hebben gevoeld en ervaren met alles wat de mensen haar Zoon aangedaan hebben.
Hoe zal haar moederhart niet uit elkaar gescheurd zijn, toen haar Zoon aan het kruis werd genageld om de wereld te kunnen redden.
En wat zal er niet door haar heen gegaan zijn toen zij Hem weer ontmoette een paar dagen na Zijn dood; toen Hij weer opvoer naar de hemel om voor ons een plaats te bereiden …

Dwars door het leven van al deze mensen (en nog vele anderen) heen, laat God zien dat Hij niet alleen iets belooft, maar dat Hij ook doet wat Hij beloofd.
Dat Hij Zijn plannen volvoert, en dat Hij de fouten/zonden die wij daarin begaan, vergeeft – vergeven wilt.
Dat Hij in alles onze redding voor ogen heeft, omdat Hij zoveel van ons houdt!
Vanaf het allereerste begin dat er iets fout ging tot de laatste ademtocht van de mens, is Hij er op gericht om de mens te redden.
Zijn liefde voor ons mensen weerklinkt, en is zichtbaar, in de leven van al deze mensen.
Zij maken deel uit van de wolk van getuigen die God ons gegeven heeft om zichtbaar te maken dat Hij betrouwbaar is, vol genade, liefde en trouw.

Onze verwachtingen zijn vaak zo anders dan Zijn gedachten en de wegen die Hij gaat, maar als we op Hem blijven vertrouwen, al begrijpen we niets van de dingen die gebeuren – hemelse stilte, tegenslag, ziekte, geen genezing, verdriet, pijn, moeiten, enz. … - , we zullen nooit worden teleurgesteld.
Zoek je kracht in de Heer en laat Zijn vrede en liefde je hart doorstromen.
En zie daarbij vol verwachting uit naar de dag dat Jezus terug zal komen.
Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden,
afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt.
En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt,
terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.
Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld,
het kruis verdragen en de schande veracht
en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.

Hebreeën 12:1,2

zondag 15 december 2013

Into Your Hands en Jilster

Een paar jaar geleden kwam ik Jilster voor het eerst tegen en ik had gelijk zoiets van 'whauw, wat mooi; dat wil ik ook doen'.
Maar helaas, deze dame had toen net haar eerst laptop en was eigenlijk nog een beetje bang dat bij het indrukken van de verkeerde knop er iets zou ontploffen of crashen, of zo.
Inmiddels weet ik wel beter :)
 
Toch heeft het nog een hele tijd geduurd eer ik het  aandurfde om eraan te beginnen.
Zou ik het wel snappen hoe het allemaal werkt?
Onzekerheid blijft mijn geduchte tegenstander.
Inmiddels spreek ik mijzelf regelmatig toe: 'Kom op, meid, je kunt het best. Zie maar eens wat je nu al allemaal doet. Je hebt al zoveel uitgeprobeerd en met vallen en opstaan ben je al zover gekomen, dus waarom zou dit niet lukken.'
Dus vol goede moed ben ik aan de slag gegaan, en in vogelvlucht heb ik vastgelegd wat God voor mij heeft gedaan en wat Hij voor mij betekent.
Hoe Hij keer op keer Zijn liefde en trouw heeft bewezen (en bewijst) in de lessen die ik mocht en mag leren.

Je kunt dit blad ook nog laten drukken, hmm ...
 
 
Klik op het vierkante blokje met pijltjes rechts en het blad wordt vergroot.
Kun je het dan nog niet goed lezen, klik dan ook op het vergrootglas in het midden.
 


donderdag 12 december 2013

Kerstavond voor Vrouwen 2013 - Verwachten

Na een paar maanden van intensieve voorbereiding was het gisteravond dan zover: de Kerstavond voor Vrouwen 2013.
Het thema voor deze avond was ‘Verwachten’, en gezien alle tegenslagen die we dit keer hadden in de voorbereidingen, konden wij als organisatieteam het thema zelf als eerste in praktijk (leren) brengen, daar we in meer dingen dan ooit echt afhankelijk waren van Hem, dat Hij dingen zou leiden, de juiste mensen zou geven voor …, het allemaal toch nog op tijd klaar zou zijn, enzovoort, enzovoort.
Wat een bemoediging werd het dan ook weer voor ons, dat God opnieuw Zijn  trouw betoonde en wij, in ons verwachten van Zijn hulp, niet werden beschaamd.
Hij leidde, gaf en zorgde.
Opnieuw een bewijs van Zijn liefde en trouw, van Zijn nimmer aflatende zorg, ook in deze dingen.

Ik vond het ook best wel spannend; vorig jaar was immers zo’n uitbundige avond vol bijzondere details; een avond met een hoog ‘whauwfactor gehalte‘ en dit jaar zou het een ingetogen avond worden, zo totaal anders dan vorig jaar.
Soms gingen dan ook mijn gedachten met me op de loop en kon het me aanvliegen: ‘ik hoop niet dat ze teleurgesteld zullen zijn; er veel meer van verwacht hadden na vorig jaar.’
Het heeft me zelfs aardig wat slapeloze uren bezorgd; maar ook die waren uiteindelijk toch vaak weer ergens goed voor.

 
Toch was ik wel heel erg blij, dat, toen ik gisteravond de laatste dingen aan het regelen was, het gevoel kwam van ‘Ja! Het is goed! Dit is zoals het moet zijn!’, en vreugde en dankbaarheid bezit namen van mijn hart.
 
 
En dan komen de eerste dames weer binnen.
Als vanouds werden zij door onze mannen aan de arm meegenomen via de koffietafel naar een plekje in de prachtig aangeklede zaal, die dit jaar ook een ingetogen karakter had gekregen, tegelijk hoop en verwachting weerspiegelde.
Als de klok richting 20.00 uur gaat, verschijnen de woorden van het lied ‘Verwachten’ van Sela op de beamer, terwijl de muziek door de luidsprekers klinkt.

‘En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden …
En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou,  en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg …'


De overbekende woorden uit het Lucasevangelie worden voorgelezen.
De vervulling van de verwachting van de komst van de Messias.
‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust
op Zijn schouder.
En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.’

(Jesaja 9:5)

Als de proclamatie is uitgesproken verschijnt op de beamer het ‘kerstverhaal’ in de vorm van
Sand-art onder de klanken van Silent Night.

Met de woorden uit Jesaja 35 (vers 3-6, 10) gaan we van de vervulde verwachting, naar wat nog komen gaat.
We kunnen immers niet stil blijven staan bij het kindje in de kribbe.
Het kindje werd de Man van smarten, de Man, die Zijn leven gaf voor ons, voor onze zonden en terug naar Zijn Vader in de hemel is gegaan om voor ons een plaats te bereiden en om op de door Zijn Vader bepaalde tijd, terug te komen om ons te halen.

 
‘Maak sterk de slappe handen, strek de knikkende knieën.
Spreek de radelozen moed in: ‘Wees niet bang, jullie God is in aantocht.
Wraak en vergelding vergezellen Hem, Hij komt jullie bevrijden.’
Blinden zullen weer zien, doven weer horen.
Wie kreupel loopt, springt als een hert, wie stom is, zingt het uit.
Water borrelt op in de steppe, beken ontspringen in het dorre land.
Wie door de Heer zijn bevrijd, keren juichend naar Sion terug.
Zij stralen van vreugde, voor altijd; zij zijn vervuld van uitzinnige vreugde.
Alle leed is geleden, alle zorgen zijn verdwenen.

Wat een vooruitzicht!
Wat een hoop!
Maar ook wat een aansporing!
Hoop door het vooruitzicht; aansporing om in actie te komen en niet bij de pakken neer te gaan/blijven zitten.

Met deze woorden werd iedereen welkom geheten en ook deze avond legden we  in de handen van de Heer, die we ook dankten voor dit heerlijke vooruitzicht.

 
Samen zingen mag op zo’n avond natuurlijk niet ontbreken; hoe heerlijk is het immers om ook Zijn Naam groot te maken door middel van liederen.
'Licht in de nacht' en 'Jezus, Gods heerlijkheid verschijnt'.      
Ondertussen werd de collecte opgehaald, deze keer bestemd voor Christenen voor Israël en voor Demi en Marije, twee jonge meiden uit onze gemeente die met school naar Zuid-Afrika gaan om daar op verschillende manieren en plaatsen ondersteuning te bieden en te bemoedigen.

Het wordt weer stil.
Met drie kleine toneelstukjes wordt een andere  kant van ‘Verwachten’ uitgebeeld.
Want, op weg naar de vervulling van onze verwachting naar de terugkomst van de Here Jezus, mogen we ook van Hem onze hulp ‘verwachten’.
Mag ik je ook even meenemen op deze weg van verwachting?

 
Een vrouw zit alleen in de kamer.
Voor haar op tafel ligt, naast haar kopje koffie, een Bijbeltje.
Ze kijkt een beetje zuchtend om zich heen.
Eigenlijk voelt ze zich een beetje eenzaam en alleen, en ze begint hardop te denken:

‘Tja, daar zit ik dan.
Voor het eerst helemaal alleen.


Ja, ziet u, we hebben afgelopen weekend net de laatste van onze kinderen verhuisd; hij woont nu ook op kamers.
En dit is de eerste dag dat ik helemaal alleen thuis ben.
Ach, natuurlijk was mijn zoon overdag ook weg, maar toch, ik zag hem ’s morgens nog even en vaak dronken we dan nog snel een kopje koffie.
Hij liet ook altijd een spoor van rommel achter zich als hij wegging, maar nu is alles netjes en opgeruimd en mijn man is niet zo’n rommelmaker.
Ik heb nooit gedacht dat ik dat nog eens zou missen.
Wat moet ik nu toch gaan doen?


Weet u, mijn gezin was mijn alles, daar leefde ik voor.
Ik vond het ook zo gezellig als hij zijn vrienden meenam; dan zorgde ik voor iets lekkers en meestal voor ze naar boven gingen, bleven ze eerst nog even gezellig zitten en kletsen.
En ik, ikzelf?
Och, dat zou ik wel zien als de kinderen de deur uitwaren, dat duurde immers nog zo lang.
We hebben drie kinderen, dus … 
Ja, dat dacht ik.
Maar nu is het al zover, en wat moet ik nu?


Ze neemt haar laatste slokje koffie.
‘Bah, zelfs de koffie smaakt me vandaag niet.’

Ze slaakt een diepe zucht en vervolgt:
‘Och, laat ik eerst maar eens mijn Bijbeltje pakken en lezen, misschien heeft de Heer wel een woord voor me.’
Hmm, Psalm 62:6-9:


‘Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht;
God is ons een schuilplaats.’


Ze kijkt voor zich uit en zegt nadenkend:
‘Want van Hem is mijn verwachting …
Vertrouw op  Hem te allen tijde …
Stort uw hart uit voor Hem ...'


‘Dan gaat ze bidden:

‘Heer, ik wil U danken voor mijn kinderen, mijn gezin.
U weet, Heer, dat hoeveel moeite ik er mee heb nu al mijn kinderen de deur uit zijn.
Ik mis ze; ik mis een bepaald ritme.
Ik heb nu zoveel meer tijd en hoe ik dit nu in vullen?
Vader, help mij om de juiste keuzes te maken.
In Jezus’ Naam. 
Amen’


Ze staat op en pak de spullen die op tafel liggen om op te ruimen.
Ook de krant ligt erbij en met het opnemen van de krant ziet ze een advertentie.

‘Hé, wat is dat?
Een vrouwenochtend; thema ‘Verwachten’.
Dat is toevallig.
O nee, toeval bestaat niet.
Zou dit wat voor mij zijn?
Eigenlijk best wel heel eng om zo alleen te gaan, maar aan de andere kant  ...'


Nog even blijft ze nadenkend staan en dan loopt ze weg om de spulletjes op te ruimen.


De tweede vrouw komt het podium op.
In haar hand heeft ze wat bladen, een krant en een kopje koffie.
Ze gooit de bladen op het tafeltje, en ook het kopje belandt ietwat hardhandig op hetzelfde tafeltje.
De koffie gaat er nog net niet overheen.
Ze ploft op de stoel en slaakt een hele diep zucht  terwijl ze verveeld om zich heen kijkt.

 
Hebben jullie nog werk?’
Ze gooit de vraag de zaal in.

‘Nou, ik niet meer, ze hadden mij niet meer nodig.
Bah.
Ik had toch zo’n leuke baan, joh.
Leuke collega’s, leuke sfeer, gezellig.
En we deden ook best nog weleens iets leuks samen.
Lunchen, kopje koffie ..
Maar ja, dat was voor ze de boel gingen reorganiseren.
En u snapt het natuurlijk al, ik was degene die eruit moest en nu zit ik me hier thuis stierlijk te vervelen.


Iedereen werkt.
Al mijn vriendinnen hebben hun werk nog, behalve ik.
En het huishouden stelt ook niet zo veel voor.
Mijn man en ik zijn maar met z’n tweetjes, dus zoveel maken we niet vuil.


En wat heb ik hem nu nog te vertellen ’s avonds als hij thuiskomt.
Hoe ik de was heb gedaan of hoeveel overhemden ik heb gestreken?
Nou, interessant zeg!’


Ze zucht nog eens, pakt de krant en terwijl ze heem doorkijkt neemt ze een slokje van haar koffie.
‘Hm, een vrouwenochtend …
Thema: ‘Verwachten’.


Dat is lachen; verwachten.
Lieve help, wat heb ik nu nog te verwachten.
Een nieuwe baan?
Nou, dat zal er snel in zitten zeg, …  maar niet heus.
Er staan er al zoveel op straat.’


Ach,’ ze gooit de krant weer opzij, ‘eigenlijk is dit toch ook niets voor mij.
Alleen maar vrouwen …
Poeh hé.
Krijg je zeker ook al die verhalen over kinderen en luiers en hoe je het beste grasvlekken uit de kleren van je kids kunt krijgen.
Nee, echt niet, dat is niks voor mij.’


Toch pakt ze haar agenda …

‘Leeg …
Ja, natuurlijk is die leeg …
Ik heb eigenlijk ook niets te doen, zal ik dan toch  …’


En ze loopt weg.


De derde vrouw komt met haar jas in de handen het podium op.
Ze gooit haar jas op de stoel en zegt:

‘Zo, die zijn weer op school.’

Ze zucht eens diep en kijkt een beetje rond.

‘Wat nu?
Ja, weet u, we zijn net verhuisd, ja, niet zomaar verhuisd, maar van het ene land naar het andere.
Ik kom namelijk uit Brazilië, maar dat had u misschien al wel gehoord.


Ik vind het best moeilijk.
Mijn man is een Nederlander en door hem spreek ik al wel een wat Nederlands maar toch …


Echt veel contacten heb ik hier nog niet.
Ik moet de taal nog beter leren, we moeten nog een eigen gemeente vinden en ..
Ach, eigenlijk mis ik gewoon iedereen zo verschrikkelijk …
Mijn familie, onze vrienden, mijn vriendinnen.’


Ze gaat aan het tafeltje achter de laptop zitten; legt haar hand op de laptop en kijkt een beetje verdrietig voor zich uit.
Ze slaakt een diepe zucht en schenkt zichzelf een kopje koffie in; neemt een slok en doet langzaam haar laptop open.

‘Eigenlijk zit ik veel te veel achter dit ding, maar wat moet ik anders?
Alles is zo nieuw.
Ik ken nog bijna niemand.
Ja, de kinderen heb ik net wel naar school gebracht, maar al die vrouwen daar kennen elkaar al en die kletsen met elkaar, daar durf ik me niet zo goed in te mengen.


En de kinderen hebben ook nog niet echt vriendjes of vriendinnetjes.
Hè, bah, wat mis ik iedereen.


O, mam, kon ik maar even naar je toe, kon ik maar even met jou kletsen …’

Ze veert overeind.

‘Eens kijken of ze alweer een mailtje heeft gestuurd.
En dan even op facebook kijken, misschien heeft iemand wel wat leuks gepost, of Fabiënne  een nieuw recept, of …’


Nee, niets.
He, wat is dat?
Een mailtje van Willie Thomassen, dat is leuk.
‘Er is een Vrouwenochtend, thema ‘Verwachten’.


O, dat misschien is dat wel wat.
Andere vrouwen ontmoeten, nieuwe mensen leren kennen, en misschien, misschien …


Even omhoog kijkend.

‘O Heer, dank U wel, dit is misschien wel precies wat ik nodig heb.’

Haar gezicht leeft op,  ze gaat staan en legt de bladen op het tafeltje recht en pakt haar jas van de stoel.

‘Wie weet, misschien is dit wel ook een gemeente waar we ons thuis zullen voelen.’

En met een blij gezicht loopt ze weg om haar jas op te hangen.

 
Met de liederen ‘Stille nacht, heilige nacht’ en ‘Kom, laten wij aanbidden’, keren we weer even terug naar het kind in de kribbe, die het tenslotte allemaal mogelijk maakte, dat wij met al onze noden naar God toe mogen gaan en onze hulp van Hem mogen verwachten.

In het gedicht dat volgt, komen alle aspecten van  het verwachten, die deze avond centraal staan, voorbij.

Adam, Eva,
wat waren jullie verwachtingen
toen jullie leefden zo dicht
in Gods nabijheid.
Hadden jullie verwacht te zullen vallen
en verder te moeten gaan
in pijn  en strijd?


Abraham,
toen God jou een zoon beloofde,
had je toen verwacht
dat je zo lang zou moeten wachten?
En toen God van je vroeg
je zoon te offeren,
wat, wat ging er toen
om in  jouw gedachten?


En jij, David, man naar Gods hart.
Als jongen ben je tot koning gekroond,
maar pas na jaren van moeite en strijd
nam je plaats op de aan jouw beloofde  troon.
Had je verwacht, toen je nog op de schapen paste
en zo dicht leefde in de tegenwoordigheid van de Heer,
dat je leven zo moeilijk en zwaar zou zijn;
vol ups en downs, bergen en dalen, lof en hoon?


En jij, Maria, begenadigde,
gezegende vrouw onder de vrouwen,
wat was jouw verwachting
toen je Gods Zoon ter wereld bracht?
Hij zou de wereld redden,
maar dat Hij daarvoor
aan een kruis moest sterven,
had je dat ooit verwacht?

En wij? Wat verwachten wij?
Of hebben we geen verwachtingen meer?
Zijn we zo teleurgesteld, in God en mensen,
dat we niet meer durven hopen, durven geloven
in de liefde van de Heer?


Zie toch naar de wolk van getuigen
die God ons heeft gegeven;
zie hoe Hij deed wat Hij had beloofd.
Zie hoe Hij dwars door alles heen
tot Zijn doel kwam met hun leven.


Zijn wegen zijn hoger dan onze wegen
en Zijn gedachten hoger dan die van ons.
Vertrouw daarom, ook als je Zijn wegen niet verstaat.
Hij is betrouwbaar en rechtvaardig,
liefdevol, genadig en trouw.
Hij is het, die op alle wegen met ons gaat.


Laat Zijn kracht jouw sterkte zijn;
laat Zijn liefde en vrede
dagelijks je hart doorstromen.
En zie daarbij uit naar de dag
dat Jezus weer terug zal komen.


Dan genieten we tot aan de pauze van twee prachtige kerstliederen gezongen door Peter Lengams.
O, Holy night’ en ‘Face to face’.

Het is tijd voor de pauze en iedereen kan even de benen strekken.
 
 
In de hal is een uitgebreide tafel met allemaal producten uit Israël, en ook Marianne Glashouwer, onze spreekster van vanavond, had wat boeken meegenomen.
Onder het genot van een lekkere drankjes en allerlei verschillende hapjes kon men zo even rondkijken en gezellig kletsen.
De tijd gaat echter snel, en al gauw is het tijd om verder te gaan met de 2e helft van het programma.

Na het doorgeven van de opbrengst van de collecte, sprak Marianne Glashouwer over het ‘Chanoekafeest’, het feest van het licht.


Ze vertelde over het ontstaan van het feest en legde de link naar ons kerstfeest, wat ook een feest van het licht is, omdat de Here Jezus is geboren en Hij het Licht van de wereld is.
(Johannes 8:12)
In haar woord klonk opnieuw de boodschap door van hoop en verwachting, van uitzien naar wat komen gaat.
En ook, dat we in deze hoop niet beschaamd zullen worden.

De dag komt dat God onze tranen zal drogen; er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen verdriet, geen geween, geen moeite.
Daar mogen we naar uitzien.
Dat mogen we verwachten.

Als antwoord zongen we:

Jezus leeft in eeuwigheid,
zijn Shalom wordt werkelijkheid.
Alle dingen maakt Hij nieuw.
Hij is de Heer van mijn leven.

(Opwekking 71)

Vervolgens nam Peter ons hart mee in de hoopvolle verwachting die wij als Zijn kinderen mogen hebben met het lied ‘Er komt een dag’.  

Dan komen de vrouwen terug.
Eén voor één worden ze welkom geheten door de gastvrouw van de vrouwenochtend en ze nemen alle drie plaats aan hetzelfde tafeltje.
Ze schenken een kopje koffie in en pakken er een koekje bij.
Een beetje onwennig zitten ze bij elkaar.
Ze glimlachen een beetje naar elkaar en slaken af en toe een lichte zucht terwijl ze rondkijken.
Je ziet ze denken: wat doe ik hier eigenlijk?
De één neemt een slokje van haar koffie, de ander neemt een hap van haar koekje en ineens klinken er twee stemmen tegelijk:

‘Bent u hier al eerder geweest?’

Ze schieten beiden in de lach.

‘U eerst,’ zegt de ene vrouw tegen de andere.

‘Ik ben hier voor het eerst,’ zegt de vrouw.
Ik ben namelijk werkeloos.
Na vijf jaar trouwe dienst hebben ze me op straat gezet en ik zag deze advertentie en had toch niets beters te d…, eh, niets te doen.
Echt verwachtingen heb ik niet maar, maar ja, je weet maar nooit, hè.
En u?’


 ‘O, zeg maar jij hoor.
Ik kom hier niet vandaan; ik kom uit Brazilië.
Daar hebben we nog een tijdje gewoond, maar voor het werk van mijn man moesten we toen naar Nederland.
Ik woon hier dus nog niet zo lang en ken eigenlijk niemand.
En ik zag net als jullie de advertentie en dacht; misschien …


De vrouw kijkt naar da andere kant van de tafel, waar nog een vrouw zit.
‘En u?’, vraagt ze.

‘Tja, voor mij is het weer heel anders, hoor.
Ik ben mijn hele leven moeder en huisvrouw geweest en nu zijn mijn kinderen allemaal de deur uit; de laatste hebben we net vorig weekend verhuisd en eigenlijk loop ik een beetje met mijn ziel onder de arm.
Ik heb nooit gewerkt, tenminste, ja, voor ik ging trouwen natuurlijk wel, maar daarna nooit meer; buitenshuis hè,, bedoel ik.
En nu, nu weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik moet.
Mijn kinderen wonen ver weg …’


De vrouwen kijken elkaar aan en dan zegt één van de vrouwen:

‘God heeft hier vast een bedoeling mee.
Eigenlijk kun je wel zeggen, dat we allemaal met een bepaalde verwachting hier naar toe gekomen zijn en moet je nu eens kijken.’
‘Het thema vanmorgen is ‘Verwachten’, maar volgens mij heeft God al een beetje laten zien wat er kan gebeuren als we het van Hem verwachten.
Laat we na deze ochtend met elkaar in contact blijven!


Verwachten.
De geboorte van de Messias.
Zijn hulp, leiding, trouw, liefde en zorg terwijl wij hier nog op aarde leven.
De wederkomst van de Here Jezus.
 

Bij de één zal het uitzien, het verwachten van de wederkomst van de Here Jezus meer leven dan bij de ander, maar bij het kleine meisje, dat inmiddels een oudere dame is geworden, leefde deze verwachting duidelijk in hoge mate.


 
Sipke vertelt:
‘Ik was nog een klein meisje en zat op school.
De lampen waren aan, want het was vrij donker  door het slechte weer.
Buiten waren donkere wolken, maar opeens was daar een kleine opening in de bewolking en een heldere, schitterende lichtstraal scheen door deze opening.
Het kleine meisje pakte haar spulletjes bij elkaar en legde het netjes haar tafeltje en ging vervolgens met haar armen over elkaar zitten wachten.
De juf begrijpt er niets van; ‘waarom ga je niet verder, meisje?’ vraagt ze.
‘Maar juf,’ was haar antwoord, ‘als de Here Jezus terugkomt, dan moet je toch klaar staan.’


Met de plotselinge lichtstraal door de donkere lucht, dacht Sipke als klein meisje dat de Here Jezus eraan kwam.
Nu ze oud is, weet zich niet meer te herinneren of ze teleurgesteld was dat het niet zo was, maar ze verwachtte Hem toen en ze verwacht Hem nu nog steeds.

‘Kom en ontsteek in ons een machtig vuur,
dat zal branden tot het laatste uur.
Zie, hoe uw schepping U verwacht;
maak ons gereed voor uw komst in de nacht.

Laat ons een volk zijn, dat U vreest,
vol van uw liefde, die wonden geneest.
Maak ons een leger, sterk in de strijd,
dat als een eenheid uw komst voorbereidt.

Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.
Kom, Jezus, kom wij verwachten U
Kom, Jezus, kom.

KOM, JEZUS, KOM!

Deze woorden zongen we aansluitend aan haar getuigenis;  is het ook werkelijk het lied van ons hart?
Verwachten wij Hem ook?

Het einde van het programma naderde.
Met een gouden en een rode vlag getuige Inge  al vlaggend van wie Jezus is op het lied ‘Mijn Jezus, mijn Redder’.
(Opwekking 461)

 
Ja, zonder Hem zouden we geen vooruitzicht hebben, geen hoop, geen verwachting.

Na het afsluitend gebed en een woord van dank aan een ieder die heeft meegewerkt, zingen we staande Hem de eer toe met het lied  ‘Ere zij God’.

Nog een laatste zegenbede klinkt:

Dat Zijn Licht mag schijnen
in je huis en in je hart.

Dat Zijn vrede neer mag dalen
in vreugde en in smart.

Dat Zijn Hoop je vooruitzicht mag zijn
in toekomst die wacht.

Dat Zijn Liefde mag zijn
je Bron van kracht.

En de zaal loopt langzaam weer leeg …

O, dat toch hoop en verwachting door deze avond (weer) mag zijn aangewakkerd.
Hoop op de toekomst die ons wacht, en Zijn hulp voor onderweg daar naar toe.
In Jezus ‘Naam.
In Jezus ‘naam.


 
Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt.
Openbaring 2:17
(Eén van de teksten die op de presentjes stond)
 
 
Foto's: Evelien van Kempen
 




maandag 9 december 2013

Twee kindjes in de kribbe

Het ene verhaal raakt je meer dan het andere; maar dit 'Kerstverhaal' raakt mij diep.
Nog steeds kan ik het niet lezen zonder dat ik ontroert raak, bewogen en dankbaar.
In 1994 gaven twee Amerikaanse vrijwilligers gehoor aan een oproep van het Russische Ministerie van Onderwijs om op een aantal scholen en instituten te praten over de Bijbelse moraal en ethiek.
Eén van de instellingen die ze bezochten, was een weeshuis met zo'n honderd verwaarloosde en mishandelde straatkinderen.
Aangezien het bijna kerstmis was, vertelden de vrijwilligers Het Kerstverhaal.
Dat hadden de meeste kinderen nog nooit eerder gehoord.
Iedereen zat dan ook aandachtig te luisteren naar het verhaal van Maria en Jozef, die geen plaatsje in de herberg konden vinden en uiteindelijk onderdak vonden in de stal, waar het kindje Jezus geboren werd en door Maria in de kribbe werd gelegd.
Na afloop van het verhaal besloten de vrijwilligers dat dit voor de kinderen een mooie gelegenheid was om wat te gaan knutselen en Het Kerstverhaal uit te beelden.
Ze gaven alle kinderen wat gekleurd karton om een kribbe te maken en een geel papieren servetje voor het stro.
Het kindje Jezus werd uit vilt geknipt en voor het dekentje kregen ze nog wat lapjes.
De kinderen gingen enthousiast aan de slag en de vrijwilligers gaven hier en daar wat aanwijzingen en kwamen tenslotte bij de zes jaar oude Misha.
Hij was al klaar met het kunstwerk.
Maar wat was dat ?....
In de kribbe lag niet één kindje... nee, er lagen er twee.
De vrijwilliger vroeg : "Waarom heb je dat zo gedaan ?"
Misha deed zijn armen over elkaar, trok een gewichtig gezicht en gaf heel serieus zijn versie van Het kerstverhaal.
Hij herhaalde het hele Kerstverhaal.
Ofschoon hij pas zes was en het verhaal vóór die bewuste dag nooit eerder gehoord had, kon hij alle details nog heel goed navertellen, precies zoals het hem verteld was.
Tenminste, tot op het moment dat Maria het kindje in het kribbetje legde.
Toen begon zijn verhaal een eigen leven te leiden.
"Het kindje Jezus keek mij aan", zei Misha heel ernstig.
Hij zei, "Misha, heb jij wel een plaatsje om te slapen ?"
Ik vertelde hem, dat ik geen papa en mama had en dat ik nergens een huisje had.
Jezus zei toen dat ik maar bij Hem in de kribbe moest kruipen.
Maar ik vertelde Hem, dat dat niet ging, want ik had helemaal geen cadeautje voor Hem meegebracht zoals iedereen had gedaan.
Maar ik wilde eigenlijk heel graag bij Jezus blijven, dus ik dacht heel hard na of er misschien toch niet iets was wat ik Hem kon geven.
Toen vroeg ik aan Jezus : "Als ik Je warm houd... is dat misschien een mooi geschenk ?"
Jezus zei toen tegen me : "Dat is één van de mooiste geschenken die Ik gekregen heb."
Toen klom ik dus ook in de kribbe en hield ik Jezus warm.
Hij keek me aan en zei dat ik voor altijd bij Hem mocht blijven.
Toen kleine Misha zijn verhaal beëindigd had, stonden er traantjes in zijn ogen, die langzaam over zijn wangetjes biggelden.
Toen sloeg hij zijn handjes voor zijn ogen en liet zijn hoofdje huilend op tafel zakken.
Maar van binnen was het bij Misha warm, want Hij had Iemand gevonden, die hem nooit zou verwaarlozen en "voor altijd" bij hem zou blijven.

Schrijver verhaal mij onbekend.
Verhaal komt van:
www.activatednederland.nl.

zaterdag 7 december 2013

Mijn leven is met Christus verborgen in God!

Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.

Kolossenzen 3:2,3

Mijn leven is met Christus
verborgen in God.

Welk een vreugde is het
dit te mogen weten.
Welk een ongekend voorrecht
waarvan de diepte
nauwelijks is te meten.

Mijn leven is met Christus
verborgen in God.

Welk een gevoel van geborgenheid
ligt hierin niet besloten.
Welk een ongekende zekerheid,
dat Zijn hand ons
veilig houdt omsloten.


Mijn leven is met Christus verborgen in God.
Deze woorden haakten vanmorgen diep in mijn binnenste en deden mij nadenken over de diepe betekenis ervan.
De hele zin ademt veiligheid uit en geborgenheid.
Wat er ook gebeurt in mijn leven, hoe de omstandigheden ook zijn, of wat de toekomst ook nog zal brengen, door de Here Jezus, door Zijn offer voor mij, ben ik, dat wil zeggen, mijn ziel, voor altijd veilig geborgen in Gods Vaderhand.
En wat in Zijn hand is, zal niets of niemand ooit kunnen roven.

Met het nadenken over deze woorden gaan mijn gedachten automatisch naar de tekst: ‘En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.’ (Mattheüs 10:28)
Tegelijk komt ook in mijn gedachten een berichtje dat ik las op facebook over een 7-jarig jongetje uit India die vermoord is om zijn geloof in de Here Jezus.

Ik besef dat ik te vaak nog zie op de dingen van hier beneden en niet op de dingen van boven.
Vooral met berichtjes als deze, merk ik hoe vrees voor het verlies van de ‘zekerheden’ van dit leven mijn leven willen binnenkomen en meer dan ooit besef ik hoe het een keuze is om je niet mee te laten slepen en je angst aan te laten jagen.
Dat het een keuze is om je te richten op de dingen die van boven zijn; om je te richten op Gods woord dat zegt dat ons leven met Christus verborgen is in God en hoe belangrijk het is om je daaraan vast te houden.

Wat zie ik als ik zo’n berichtje lees?
Wat voel ik, wat gaat er door mij heen?
En wat het belangrijkste is, waardoor laat ik mij vervolgens leiden?

‘Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn’, zegt Gods woord, ‘want je bent gestorven en je leven is met Christus verborgen in God.’

Mijn leven is met Christus verborgen in God!

O, Heer, doe mij toch iedere dag meer en meer beseffen, de diepte van de rijkdom die verborgen zit in deze woorden, in de betekenis ervan, en trek mij daarmee dichter naar Uw hart.
Opdat ik steeds meer los zal komen van alles dat mij nog bindt aan deze aarde, om uiteindelijk geheel en al de Uwe te zijn.

In Jezus ‘Naam.

- Amen -

vrijdag 6 december 2013

Be still and know ...

De afgelopen paar weken ben ik erg druk geweest met alle voorbereidingen voor de Kerstavond voor Vrouwen aankomende dinsdag in onze gemeente De Kandelaar in Voorthuizen.
Heel wat schrijfwerk heb ik verricht, waardoor ik een beetje leeg geschreven ben.
Daarnaast was het dit jaar niet zo makkelijk om alles rond te krijgen en was er veel strijd, zowel in mijn voelen en denken, als in het rondkrijgen van alles.
En nog steeds zijn er momenten dat de onrust me aanvliegt.

In sommige dingen ben ik een beetje perfectionistisch en wil ik het gewoon allemaal goed voor elkaar hebben, vooral als het gaat om zo'n avond.
Ook heb ik graag de dingen op tijd af en klaar, maar ook dat is iets wat dit jaar niet echt lukt, waardoor de onrust in mij toeneemt.
Als ik deze week de dingen nog eens overdenk en op een rijtje zet, dan weet ik dat ik los moet laten en op Hem moet vertrouwen.
Het niet van mijzelf, mijn eigen kunnen moet verwachten, maar van Hem.
Eigenlijk lijkt het er dit jaar op neer te komen, dat wij het thema van de Kerstavond ('Verwachten') eerst zelf in praktijk moe(s)ten brengen.
Doen wat wij kunnen, en de rest aan Hem overlaten, het van Hem verwachten.

Hoe toepasselijk is dan het onderstaand lied.
'Be still and know that He is God.
Be still, be speechless ...
Come and rest.

Niet wat ik denk of voel doet er toe, maar wat Hij kan en zal doen, kan en zal uitwerken dwars door alles heen.

Be still and know ...


Be still and know that He is God
Be still and know that He is holy
Be still, O restless soul of mine
Bow before the Prince of peace
Let the noise and clamor cease

Be still and know that He is God
Be still and know that He is faithful
Consider all that He has done
Stand in awe and be amazed
And know that He will never change
Be still

Be still, and know that He is God
Be still, and know that He is God
Be still, and know that He is God

Be still;
Be speechless

Be still and know that He is God
Be still and know He is our Father
Come rest your head upon His breast
Listen to the rhythm of His unfailing heart of love
Beating for His little ones
Calling each of us to come

Be still,
Be still


Wees stil en verwacht het van Mij!
Doe wat jij kunt doen,
en vertrouw erop dat Ik de rest zal doen.
Laat los, opdat het jou niet vasthoudt
en meesleurt een kant op
die geenszins Mijn bedoeling is.
Wees stil, vertrouw en verwacht  ...


zondag 1 december 2013

Ondanks al het licht ...

Een speciale bemoediging met een geschenkje er aan vast ...

Hoewel december een maand vol feest en licht is, vol gezelligheid en warmte van het samenzijn, is het voor velen echter een maand die niet snel genoeg voor bij kan gaan.
Juist in deze maand wordt voor sommigen meer dan ooit de eenzaamheid en het alleen zijn benadrukt.
Sommigen zullen meer dan ooit de pijn en het verdriet ervaren van het verstoten of vergeten zijn.
En meer dan anders worden in deze maand, gevoelens van moedeloosheid, murw geslagen zijn of levensmoeheid, ervaren.
Veel stil verdriet, en stille pijn wordt niet gezien ondanks al het licht dat extra brandt …

Heer Jezus,
voor hen die alleen zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid opmerken,
opdat het hun hart zal versterken.

Voor hen die eenzaam zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid ervaren,
opdat het duister in hun leven op zal klaren.

Voor hen die verstoten zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zullen omarmen,
opdat het hen als persoon zal verwarmen.

Voor hen die vergeten zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zullen zoeken,
opdat ze komen bij Het Kind in doeken.

Voor hen die moedeloos en murw geslagen zijn
bid ik,
dat ze Uw Aanwezigheid zien in dit Kind,
opdat ze daardoor zullen voelen hoe zeer U hen bemint.

Voor hen die levensmoe zijn
bid ik,
dat zij door Uw Aanwezigheid in dit Kind
naar U zullen verlangen
en door het volbrachte werk van Uw Zoon
nieuwe levenskracht ontvangen.

Maar voor ons, Here,
die rijk zijn in liefde, warmte en geborgenheid,
bid ik,
dat U onze ogen en oren zult openen
opdat we zullen zien en horen.
Opdat zichtbaar zal zijn
dat U niet alleen in deze wereld
maar ook in ons hart,
bent geboren.

Dit bid ik in Jezus' Naam.

 - Amen -


De decembermaand is voor velen een moeilijke maand.
Het is dan ook mijn verlangen om jou (of iemand die je kent) te bemoedigen met de prachtige Kunstdichtbundel 'Wandelend in Zijn Licht', of met twee kleine bemoedigingsboekjes 'Zijn Licht voor jou' en Het Licht tegemoet'.

Weet je iemand die wel een extra bemoediging kan gebruiken deze maand of heb je zelf een bemoediging nodig, 'like' dan dit berichtje op mijn Facebookpagina 'Bloem in Gods Tuin', of stuur mij even een mailtje (bloemingodstuin@upcmail.nl)

D.V. zondag 15 december zal ik twee namen trekken; één voor de bundel en één voor de twee bemoedigingsboekjes.

Een liefdevolle groet,
Rita.

vrijdag 22 november 2013

Hij redt!

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is  ...    (96)

Wie vertwijfeld zijn, is Hij nabij;
Hij redt wie alle moed verloren.

Psalm 34:19

Toen vanmorgen deze tekst er voor mij uitsprong toen ik mijn Bijbel opensloeg, moest ik denken aan het verhaal van Hagar en Ismaël.
In gedachten zag ik haar zitten in de snikhete zon in de woestijn.
Een gebogen hoofd boven een paar schokkende schouders, terwijl het geluid van een eenzaam, schreeuwend, stervend kind door merg en been gaat.
Het beeld van een wanhopige vrouw komt op mijn netvlies; vertwijfeling en totale moedeloosheid stralen van haar af.

Hoe wanhopig moet zij wel niet zijn geweest?
Hoe vertwijfeld zal zij zich wel niet hebben gevoeld?
Had zij niet alle reden om de moed te verliezen?

Wat een speelbal was zij eigenlijk in de handen van haar meesteres.
Goed genoeg om eerst voor een nakomeling te zorgen, en vervolgens afgedankt.
Weggestuurd, samen met haar kind de woestijn in, omdat de meesteres niet wil dat haar eigen kind, dat zij uiteindelijk toch nog gekregen heeft, de erfenis moet delen met het kind van haar slavin.
Water dat langzaam opraakt, waardoor ze lijdzaam moet toezien hoe haar kind sterft van de dorst.

Voel de brandende hitte van de meedogenloos schijnende zon.
Hoor hoe het kind smeekt om water.
Zie hoe zijn lipjes openbarsten van de dorst.
Proef de wanhoop van de moeder als zij haar kind onder een struik legt om het daar te laten sterven en zie hoe zij alle moed verliest en een eind verderop gaat zitten wachten, tot dat …
Zie hoe zij alle moed verliest; hoe haar schouders schokken van het huilen om haar kind dat schreeuw, en schreeuwt, en schreeuwt …

Maar God is nabij, Hij hoort het geschreeuw van het kind en het laat Zijn hart niet onbewogen.
Hij kent Hagar’s verhaal, Hij weet wat er is gebeurd.
Hij ziet haar, hoort haar en steekt Zijn reddende hand naar haar uit.
En een engel spreekt: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bang, God heeft de jongen gehoord, daar onder die struik. Ga naar hem toe, neem hem in je armen en houdt hem stevig vast. Ik zal van zijn nakomelingen een groot volk maken.’

Hagar, een slavin.
Ismaël, een buitenechtelijk kind.
Abraham, de stamvader van Israël.
Sara, zijn vrouw.
Izaäk, de erfgenaam.

En toch …
Hoewel God speciale plannen heeft voor Abraham en zijn nageslacht, zijn Hagar en Ismaël voor Hem van net zoveel waarde.
Zijn plannen voor hen zijn anders, hun toekomst is anders, maar Zijn bewogenheid en liefde voor hen is hetzelfde.

Hagar was vertwijfel, maar God was haar nabij.
Hagar had de moed verloren, maar God redde haar en haar zoon.
Misschien ben jij ook vertwijfeld en heb je net als Hagar alle moed verloren, weet dan, dat onze God zo groot is, dat Hij ook jou hoort en ziet.


Genesis 16
Genesis 21:1-21

maandag 18 november 2013

Niet begrijpen, maar toch ...

Soms lees ik iets en als het mij raakt, schrijf ik het op.
Soms echter lees ik het later weer eens en vraag ik me af waarom ik het toch heb opgeschreven.
Maar soms schrijf ik iets op en blijft het mij raken, ongeacht hoe vaak ik het ook terugzie en lees.
De onderstaande woorden uit het boek ‘Het territorium van Randy Alcorn’* zijn van die woorden met een blijvende waarde.
Woorden, die mij door moeilijk omstandigheden heen helpen, er soms zelfs overheen tillen.
Geloof en vertrouwen zijn de sleutelwoorden.

I does not know why all aroun'me,
my hopes all shattered seem to be.
God's perfect plan I cannot see.
But one day, someday, He'll make it plain.


I don't understand my struggles now,
why I suffer and feel so bad.
But one day, someday, He'll make it plain.
Someday when I His face shall see,
someday from tears I shall be free,
yes, someday I'll understand.


Nee, Heer, vaak begrijpen we er helemaal niets van, niets van alles wat er om
ons heen gebeurt,wat er in ons leven gebeurt.
Waarom de dingen gaan zoals ze gaan.
Waarom hoop soms verbrijzeld lijkt te worden.
Waarom alles vaak één groot vraagteken is en we Uw perfecte plan totaal niet kunnen zien, laat  staan begrijpen.
Maar ik geloof dat er een dag komt, dat U ons alles duidelijk zult maken.

Nee, Heer, vaak begrijpen we helemaal niets van al onze moeiten, zorgen, pijn, verdriet; van alle strijd in ons leven.
Waarom we soms zo moeten lijden, zoveel moeten doorstaan, ons zo ellendig voelen.
Maar ik geloof dat er dag komt, dat U ons alles duidelijk zult maken.
Dat er een eind komt aan dit alles.
Er komt een dag, dat we U zullen zien van aangezicht tot aangezicht.
Er komt een dag, dat we van onze tranen verlost zullen zijn.
Ja, er komt een dag dat we zullen begrijpen.

Heer, laat dit vooruitzicht de hoop zijn, het houvast voor ons leven.
Uw wegen zijn niet onze wegen; Uw gedachten zijn hoger dan onze gedachten.
Begrijpen kunnen we ze niet, maar we kunnen er wel voor kiezen om op U te vertrouwen in elke omstandigheid.
Ons leven is in Uw hand en we mogen weten dat we daar veilig zijn, wat er ook gebeurt.

Onze naam staat gegraveerd in de palm van Uw hand en niets of niemand kan ons daaruit roven.
U zorgt en waakt over wat U toebehoort.
U bent de Almachtige, de Allerhoogste.
Maar er komt een dag, dat alles op zijn plek zal vallen en wij zullen begrijpen.

Zie ook gedicht: 'Vastgrijpen aan Zijn beloften'
* Boekinfo

zondag 17 november 2013

Kerstavond voor Vrouwen 2013


D.V. dinsdagavond 10 december is er weer een Kerstavond voor Vrouwen in de Kandelaargemeente in Voorthuizen.
Woon je in de buurt, of heb je er wel een eindje rijden voor over, wees van Harte Welkom op deze mooie en speciale avond.

donderdag 14 november 2013

Mag mijn hand ...

Mag mijn hand vandaag even
de hand zijn die die van jou omgeeft
en liefdevol troost.
 Dat door dit gebaar
even iets van Gods liefde mag stromen
en jouw hart verwarmen.

Opdat de warmte van Zijn liefde
je zal bemoedigen en opbeuren,
je tot kracht en sterkte zal zijn.

Waardoor nieuwe hoop en moed
in je binnenste omhoogklimt
en je weet: Hij vergeet mij niet.

dinsdag 12 november 2013

Wat zien wij?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (95)

Maar vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn ogen op naar de hemel, en hij aanschouwde de glorie van God en zag Jezus staan aan Gods rechterzijde.

Handelingen 7:55

Als ik vanmorgen door mijn Stille Tijd (Johannes 14:16,17) stilgezet wordt bij de Heilige Geest die ons gegeven is, ga ik naar het Bijbelboek ‘Handelingen’.
Ik blader wat, lees hier daar wat stukjes en blijf steken bij het verhaal van Stefanus.

Stefanus, die wordt uitgekozen en de verantwoording krijgt over uitdelen van het voedsel aan zowel de Griekssprekende Joden als de Hebreeuwssprekende Joden, zodat de apostelen zich bezig kunnen blijven houden met de verkondiging van Gods woord, waartoe zij geroepen waren.
Stefanus, vol van de Heilige Geest, verrichtte grootste dingen en wonderen onder het volk, waardoor sommigen in verzet kwamen.
Ze gingen een discussie met hem aan, maar konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waardoor hij sprak.
Of het nu boosheid was, jaloezie, of beiden, het dreef hen tot waanzin en ze kochten een paar mannen om, die een vals getuigenis tegen hem aflegde.
En zo hitsten zij het volk, de oudsten en schriftgeleerden tegen hem op en ze sleurden hem mee en brachten hem voor de Hoge Raad, waar het valse getuigenis tegen hem werd afgelegd.

Het eerste dat mij zo bijzonder raakt is het laatste gedeelte van vers 15 van hoofdstuk 6 uit Handelingen, waar staat: … en zij zagen een gezicht als van een engel.
Stefanus was zo vol van Gods Geest, dat het zichtbaar was voor een ieder die hem zag.
Automatisch gaan mijn gedachten naar Jezus en Mozes.
Jezus, die op de berg, voor de ogen van zijn discipelen van gedaante veranderde; Wiens gezicht toen straalde als de zon en Wiens kleren wit werden als het licht. (Matth. 17:1,2)
Mozes, die toen hij terugkeerde van de berg met de twee stenen tafelen die hij van God had ontvangen, zijn gezicht moest bedekken, omdat het volk het niet aankon om zijn gezicht dan te zien. (Ex. 34:29,30)

De volheid van Gods Geest; de grootheid van God zichtbaar door hen heen voor iedereen die hen ziet …

Als dan de hogepriester aan Stefanus vraagt of alle beschuldigingen waar zijn, begint Stefanus helemaal niet met het weerleggen van alle valse beschuldigingen.
Vanuit ons mens-zijn, zouden we direct in de verdediging springen en het moment dat ons gegeven wordt om te spreken direct benutten om van leer te trekken tegen al die valse beschuldigingen.
We zouden voor onszelf opkomen om met alles wat in ons is de ander te overtuigen van onze onschuld.
Maar Stefanus doet niets van dit alles; hij spreekt geen enkel woord dat hem ook maar vrij zou kunnen pleiten van de beschuldigingen.
Hij doet zijn mond open en getuigt door de Heilige Geest van wie God is en van wat Hij heeft gedaan.
Van Abraham tot Jacob, van Jozef naar Mozes, van Salomo naar Jezus.
Door de Heilige Geest geleid, legt hij de slechtheid van hun hart bloot en ze worden razend.
Maar Stefanus ziet niets anders dan de heerlijkheid van God, en Jezus aan Zijn rechterhand.
Hij kan niet zwijgen en getuigt van wat hij ziet; en al slepen ze hem zodra hij is uitgesproken mee om hem te stenigen, hij valt op zijn knieën en bidt, net als Jezus, voor hen die hem doden: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest en vergeef hen deze zonde.’

Aan de ene kant zo onbegrijpelijk voor ons mensen; hoe kan God dit toelaten?
Iemand die zulk goed werk deed, zoveel betekende, zoveel wijsheid bezat, zo …
Maar aan de andere kant de enorme grootheid van God, van Zijn wijsheid die ons verstand te boven gaat.

God die in controle is, waardoor Stefanus alle tijd en ruimte heeft om te zeggen wat God wil dat er gezegd wordt.
God, die dan pas ruimte geeft aan zijn boosdoeners om te reageren.
God, die toelaat dat ze hem meenemen en stenigen.
God, die hem de genade geeft en de volheid van Zijn Geest om, terwijl de stenen om zijn oren vliegen en hem langzaam doden, te bidden voor om vergeving voor hen die deze zonde begaan.
God, die hem opneemt in Zijn heerlijkheid.

Te begrijpen, te bevatten?
Nee, zoals zoveel dingen die gebeuren niet te bevatten of te begrijpen zijn voor ons menselijk verstand, maar Zijn grootheid, Zijn almacht, Zijn majesteit erkennen en geloven en vertrouwen dat wat Hij doet - of toelaat - het juiste is.
Stefanus zag Gods heerlijkheid, Gods grootheid.
Wat zien wij?

maandag 11 november 2013

Onmogelijk?

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ...    (94)

‘Wij vergeten dat ‘onmogelijk’ één van Gods lievelingswoorden is.’
Max Lucado

Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
Marcus 10:27

Hoewel dit woord werd uitgesproken door de Here Jezus na aanleiding van de vraag ‘Wie kan dan nog gered worden?’, geldt het voor alle dingen.
Bij God is werkelijk niets onmogelijk.

In wat voor situatie we ons ook bevinden, wat er ook in ons leven gebeurt, of waar we ook doorheen gaan, het is niet zo, dat God niet bij machte is om er ook maar iets aan te doen of te veranderen.
Hoe het er ook voor staat in de wereld, welke natuurrampen de wereld ook teisteren en de mensheid in het nauw brengt, het is niet zo, dat God niet bij machte zou zijn om er ook maar iets aan te doen.
Hij is de Schepper van hemel en aarde, alle dingen zijn in Zijn hand.

Job moest het erkennen:
Hij antwoordde: ‘Ik weet dat U alles kunt, voor U is niets onmogelijk.
U vroeg: Wie durft er zonder kennis van zaken te spreken?
Ik geef het toe, ik sprak over zaken waar ik geen verstand van heb, wonderbaarlijke dingen, die ik niet kan begrijpen.’
(Job 42:2,3)

Jeremia sprak het uit in zijn gebed:
‘Machtige HEER, U bent groot: U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
Niets is voor U onmogelijk.

Het feit dat wij niets begrijpen van de dingen die om ons heen gebeuren, wil niet zeggen dat we een God hebben bij wie ook maar iets onmogelijk is.
Ons onbegrip over Zijn niet ingrijpen of handelen, wil niet zeggen dat Hij het niet zou kunnen.

Hoewel deze dingen ook weer allemaal andere vragen oproept, zijn sommige dingen een kwestie van aannemen en geloven.
Van God erkennen als soeverein, almachtig, alwetend, Degene die boven alles staat en alles in Zijn hand heeft; Die regeert en heerst.
Bij Hem zijn alle dingen mogelijk!

Soms kunnen de dingen die gebeuren me echt aanvliegen en me doen vragen ‘Heer, hoe moet dit ooit goed komen? Hoe kan dit ooit veranderen? Het wordt nooit wat. Het komt nooit meer goed.’
En toch: Bij Hem is alles mogelijk.
Dat woord van God wil ik me voor ogen houden in elke omstandigheid, in alles wat er gebeurt.
Hoe onzeker de toekomst ook is en hoe onmogelijk in mijn ogen dingen soms ook kunnen zijn; bij Hem is alles mogelijk!

Begrijpen kan ik het niet, noch bevatten of beredeneren.
Maar Zijn woord zegt het.
Zijn woord laat het zien!
En dat wil ik aannemen.


HEER, dit woord toont Uw grootheid.
Het laat zien wie U bent!
Het toont Uw Almacht.
Het toont Uw Majesteit.
Het laat Uw heerlijkheid zien, Uw glorie.
Het maakt  mij klein en U groot.

U bent HEER.
U bent God.
Al begrijp ik er niets van, HEER, ik geloof, dat alle dingen bij U mogelijk zijn.

- Amen -

donderdag 7 november 2013

Wees stil en kom tot rust


Stil, mijn ziel, wees stilStil, mijn ziel, wees stil ...


Mijn geliefde dochter (zoon),
wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Wees maar niet bang;
wat er ook gebeurt,
waar je ook bent,
waar je ook doorheen gaat,
Ik ben erbij,
je bent niet alleen.

Wordt maar stil
en kom tot rust bij Mij.
Zoals een kind
tot rust komt bij zijn moeder,
zo mag jij tot rust komen
bij Mij.
Leg alles wat je bezighoudt,
alles waarover je je zorgen maakt
maar in Mijn handen
en vertrouw Mij.
Ik ga met jou
door elke situatie heen.

Wordt maar stil
en kom tot rust;
kom tot rust
dicht aan Mijn hart.
Rust uit
en ontvang nieuwe kracht.
Laat Mij je geest vernieuwen
en je sterk maken.
Immers,
wie moe is beur Ik op;
wie geen kracht meer heeft
maak Ik sterk.

Kom maar
en rust,
rust maar uit
dicht aan Mijn hart.
Ik laat je geen moment
alleen.

zaterdag 2 november 2013

Wees vastberaden en moedig!


Heer,
Uw woord klinkt:
Wees vastberaden, Mijn kind,
wees vastberaden en moedig
op de alle wegen die je gaat.
Wees niet bang
en laat je ook niet uit het veld slaan,
want Ik ga met je mee.
Zoals Ik met Mijn volk meetrok,
bij hen was,
overdag en ’s nachts,
zo ben ik ook bij jou.
Sterker nog,
Ik ben in jou!
Mijn Geest woont in jou!
Nooit zal Ik je alleen laten,
nooit zal Ik je aan je lot over laten.
Vertrouw niet op je gevoelens
die zijn wispelturig als de wind.
Mijn woord is betrouwbaar,
omdat Ik betrouwbaar ben!
En als Ik zeg, dat Ik bij je ben,
je nooit alleen laat,
je nooit aan je lot overlaat,
dan is dat zo.
Houdt je daaraan vast, Mijn kind!
Wees dus vastberaden, Mijn kind,
en wees moedig!
Ik heb woning gemaakt in jou
en ben dus bij je,
elk moment van de dag,
in iedere omstandigheid.
Mijn kracht is jouw sterkte.
Houdt je daarom vast aan Mijn woord,
aan Mij,
en wees vastberaden en moedig
op al je wegen.

Naar: Deuteronomium 31:6

woensdag 30 oktober 2013

Rust en vrede; geen angst

Bedenk hoe groot en indrukwekkend de HEER is ... (93)

De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.

Psalm 46:8,12


Soms gebeurt het dat een bepaald woord van God je ineens pakt en niet uit je gedachten gaat.
Steeds opnieuw komt het terug en het lijkt pas goed te zijn wanneer je er iets mee gedaan hebt.
Dat heb ik deze week met Psalm 46.
Afgelopen maandag las ik deze Psalm, maar had toen, en ook de dag erna, geen tijd om er iets mee te doen.
Vanmorgen kwam de Psalm opnieuw terug in mijn gedachten; ik las hem opnieuw en liet mijn gedachten er overgaan.
Pen en papier ligt steevast binnen handbereik, dus …

De afgelopen week gebeurden er weer enkele dingen in ons gezin, die een aanslag waren op mijn geduld, mijn zelfbeheersing en mijn energie, en dus ook op mijn innerlijke rust en vrede.
Het zijn van die dingen die, als je niet oppast, je het zicht op God zo kunnen ontnemen, waardoor die dingen je leven kunnen gaan beheersen, in plaats van wie God is, wat Hij doet, gedaan heeft.
Gister echter ging het aardig mis, en ik werd na een bepaald akkefietje, door mijn gevoelens en emoties meegesleurd; ik was even niet meer instaat om mezelf er tegen te verzetten.
Hoewel dit goede vruchten afwerpt voor mijn huishouden, ik ben gelijk een stuk verder met het opruimen en schoonmaken van mijn kasten etc., toch hield ik er een nare smaak aan over en wilde het gevoel van rust en vrede maar niet terugkrijgen.

Als ik dan vanmorgen in alle vroegte en stilte mijn dagboek gelezen heb en gebeden, komt opnieuw Psalm 46 terug in mijn gedachten.
En terwijl langzaam mijn ‘huis’ ontwaakt, vind ik mijn rust en vrede terug door deze Psalm.
Wees mijn dagboek mij vanmorgen op het reinigende bloed van de Here Jezus, Psalm 46 wijst mij op de geweldige God die ik aan mijn zijde mag weten en Die door alles wat er weer gebeurt(de) bedekt dreigde te worden.

‘God is ons een toevlucht, Hij geeft ons kracht. in de grootste nood heeft Hij geholpen …’

Dingen die in het verleden gebeurd zijn, komen terug op mijn netvlies, evenals de herinneringen aan de bijhorende pijn, het verdriet, de vergoten tranen.
Maar daar boven staat de onuitwisbare herinnering hoe Hij daar bij was en op het juiste moment steeds opnieuw hulp gaf.
O, in mijn ogen natuurlijk absoluut vaak niet op het juiste moment, maar achteraf …
Nooit zal ik vergeten (ik koester deze herinnering en houdt hem vast en levend) wat er gebeurde, toen ik in alle wanhoop, puur vanuit verstand en niet vanuit wat ik voelde, Zijn woord hardop ging uitbidden, ging proclameren.
De gedachte eraan doet mij opnieuw voelen en ervaren wat er gebeurde, maar wat ik niet anders met woorden kan weergeven, dan alles in mij veranderde.
Zijn kracht openbaarde zich in mijn zwakheid en zo werd Hij mijn toevlucht als nooit te voren.
(dit betekent niet dat ik het nu voor elkaar heb, hoor, maar wel dat ik weet wat ik eigenlijk moet doen; helaas ben ik soms nogal eigenwijs …)
Alleen al deze woorden en deze herinneringen brengen alles terug in de juiste positie.

Maar dan lees ik verder.

‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …’


Slik, angst overheerst soms nog zo mijn leven …
Al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee …
Met andere woorden, al gebeuren er angstaanjagende dingen, dingen die je leven op z’n kop zetten, alles onzeker maken, dan toch geen angst kennen, je leven niet laten regeren door angst, omdat je weet Wie je toevlucht is, Wie je kracht is, Wie je helpt in welke grote nood dan ook.
Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven …
Met andere woorden, laat maar komen wat komt, hoe heftig en ingrijpend dan ook, want Hij staat boven alles; Hij heeft eerder geholpen en zal het steeds opnieuw doen, want dat is Hij aan Zichzelf verplicht.
Hij kan niet anders, want Hij heeft het beloofd.
En zolang wij dicht bij hem blijven, Hem gehoorzaam zijn, ons hart op Hem richten, zal Hij bij ons zijn, blijven en helpen.

Zien op wat Hij doet, wat Hij kan, wie Hij is.
Hij heerst over de volken, Hij heerst over de aarde.
En deze Almachtige God is aan onze zijde; is aan mijn zijde.
Dit mag ik persoonlijk maken, naar mij toe halen.
Hij is aan mijn zijde!

Onze burcht is de God van Jacob.
Als ik denk aan een burcht, hoe dat eruit ziet, hoe sterk en stevig, beschermend …
Als ik denk aan Jacob, aan wat God allemaal niet voor hem heeft gedaan, er voor hem is geweest; hem vergeven heeft, geleid heeft, beschermd heeft, …

Met de woorden ‘Daarom kennen wij geen angst, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee. Laat het water maar bruisen en schuimen, laat de bergen maar beven onder de beukende golven’, komen opnieuw Paulus en Silas in mijn gedachten.
Ook zij, hun houding in die gevangenis, keren steeds maar weer terug.
Ja, zij zijn voor mij een voorbeeld, de belichaming, van deze woorden.
Zij kenden geen angst.
Ik denk, dat als ik ze er naar kon vragen ze tegen mij zouden zeggen: ‘Lieve kind, al beeft de aarde, al verzinken de bergen in de zee, het maakt niet uit, want onze God heeft de aarde en de zee gemaakt; Hij heerst over hen. Laat tocht het water maar bruisen en schuimen, laat die bergen maar beven onder die beukende golven, het maakt niet uit, want één woord van Hem, en zij zwijgen, één woord van Hem, en de golven gaan liggen.
Wees niet bang, lief kind van God, want Hij regeert!

Ik heb nog heel wat te leren en te overwinnen, maar ik verlang ernaar en strek me er naar uit.
En alles wat er in mijn leven gebeurt, zal daaraan meewerken.
Zodat ik ook kan zeggen met hen en de Psalmist:

‘Daarom kennen wij geen angst, …
De Almachtige is aan onze zijde,
onze burcht is de God van Jacob.’